BekennenLeestijd 1 min

poëzie is de twee-eenheid van iets
en zijn schaduw
Annie Reniers

Ik moet vertellen dat het een zonnige dag was – zo eentje waarop je je snel te fris aantrekt, omdat het binnen, vanachter het glas, zo aangenaam scheen, terwijl de temperatuur bepaald lager was dan de dagen ervoor.

Drie bankjes stonden er en op de zitting waren dichtregels geschreven. Ze gingen over een beuk.

Het zou de boom kunnen zijn waar omheen ze waren geplaatst, maar daarvan was niet veel meer over dan een stompje. Als ik een beetje moeite had gedaan, had ik de jaarringen kunnen tellen.

Ik ging naar een plaats in de zon om te bedenken wat ik moest vinden. Ik kende de dichter niet en net zomin de persoon die de boom had geveld of daarvoor opdracht had gegeven. Welke kleur ze hadden, welk geslacht of hoe men zich overigens identificeerde en of ik daarmee strookte.

Hoe kon ik überhaupt een mening hebben?

Seffens werd ik kouwelijk.

Standaard