BerlijnLeestijd 1 min

Goede gedachten brengen goede vruchten voort, slechte gedachten brengen slechte vruchten voort – en de mens is zijn eigen kweker. James Lane Allen

“Acht uur in de trein,” zei hij, “met mondkapjes.”

“En toen we eindelijk aankwamen bleken onze koffers gestolen,” vervolgde zij.

Het klonk laconiek, bijna lacherig.

“Dus daar stonden we, in Berlijn, met helemaal niets bij ons: geen kleren, haar medicijnen, mijn netbook en onze boeken.”

“Dat van die boeken vond ik nog het ergst.”

“Maar goed, zij heeft haar medicijnen dringend nodig, dus we gingen meteen naar een apotheek.”

Eine Apotheke,” lachte zij.

“Maar haar pillen hadden ze niet,” zei hij.

“Niet op mijn sterkte,” zei zij, “die mogen ze in Duitsland niet verstrekken.”

Hij knikte.

“Dat klopt,” zei hij, “ze zijn te sterk blijkbaar.”

“Maar niet voor mij.”

“Je hebt ze nodig.”

“Dus zat er niks anders op dan weer naar huis te gaan.”

“Weer acht uur met mondkapjes.”

Ze keken elkaar grijnzend aan.

“Tweeëneenhalf uur duurde onze vakantie,” zei hij. Ze zoende hem.

“Als dat geen record is.”

Standaard