PotjesLeestijd 1 min

Kijk binnen in u. In uw binnenste is een bron die nooit verdroogt, als u maar weet te putten. Marcus Aurelius

De vrouw met de potjes woont even verderop in de straat. Ze is altoos druk in de weer met haar bloemen en planten op de stoep voor haar deur. Nu zat ze er, rustend op haar armen, in een tuinstoel.

“Warm hè,” zei ze – zo’n beetje de standaardbegroeting dezer dagen. Hoewel ik me had voorgenomen daar niet aan mee te doen, antwoordde ik haar navenant.

“Dat kunt u wel zeggen,” zei ik, en: “bent u aan het uitpuffen?”

Ze knikte.

“Ik ben in de tuin bezig geweest en dat had ik niet moeten doen. Nou ben ik even kracht aan het verzamelen: ik moet nog potgrond halen.”

“Dat wil ik wel voor u doen,” bood ik aan. Ze schudde haar hoofd.

“Nee jongen,” zei ze, “ik moet een zak van veertig liter hebben. Met mijn karretje heb ik dat zo hier.”

Haar hoofd zakte.

“Dadelijk,” zei ze met een zucht.

Standaard