Crash’dLeestijd 1 min

Het geschreven woord is een bedding die ook veel politiek wrakhout uiteindelijk naar de zee van vergetelheid voert, al moet ze er voor ondergronds gaan. Gerrit Komrij

“Je kunt altijd nog op je telefoon schrijven,” drong Lief aan, “of met pen en papier.”

Alsof ik dat niet wist – en hij had het bij het rechte eind natuurlijk, dus voelde ik me gelijk een verwend kind dat niet de pop met de juiste haren ten geschenke had gekregen.

“Nee, dat wil ik niet,” pruilde ik, terwijl ik tegelijk wist dat ik in een romantische bui niets liever dan met een kroontjespen of ganzenveer zou hebben geschreven. “Ik wil een toetsenbord.”

Het zat zo. De schootcomputer had ineens dienst geweigerd. Het malheur moest eenvoudig te verhelpen zijn, maar – zoals dat ook steevast gaat met dichtgevroren ijskasten en lekkende kranen – ik liet het liever op zijn beloop tot er een ander zou komen om me uit mijn duisternis te redden. Onderwijl aarzelde ik niet om telkens weer mijn beklag te doen over mijn woordelijke amputatie.

“Wat jij wilt,” schouderophaalde Lief.

Standaard