DropjesLeestijd 1 min

Als er in het diepst van een regenwoud een boom omvalt, zonder dat in de verre omtrek een mens aanwezig is om er getuige van te zijn, heeft dat omvallen dan toch het lawaai gemaakt dat erbij hoort? Jeroen Brouwers

“Heb jij R. nog wel eens gezien?” vroeg ik her en der, nadat ik ontdekt had dat hij al een tijdje niet meer was binnengewandeld. Dat was op zich niet zo vreemd, want we waren dicht – dus wat zou hij in hemelsnaam bij ons te zoeken hebben?

Iedereen wist over wie ik het had: die lange jongen, die bijna dagelijks met zijn vader kwam om voorgelezen te worden. Hij noemde me Opa en moest daar zelf nog het hardst om lachen, vooral wanneer ik veinsde daar boos om te worden.

Het was een bijna dagelijkse ontmoeting die hoorde bij de werkdag als de koffie bij het begin ervan en de dropjes tussendoor van de mediaverwerking.

R. was bijna geruisloos uit de regelmaat ontketend; verschaald tot een vermiste voorbijganger. Iemand die ik niet kende, maar die me gewoon was geworden. Die ik miste nu hij ontbrak.

Daar konden geen dropjes tegenop.

Standaard