En nuLeestijd 1 min

Peter: Wie bent u?
Valerio: Weet ik het? (hij neemt langzaam achter elkaar enige maskers af) Ben ik dit? Of dat? Of dat?
Georg Büchner

Ik zei het laatst nog, tegen collega R.: “Ik ben een En-nu-type.” Zij begreep ook niet wat ik ermee bedoelde.

Ik legde het uit.

“Steeds als ik me ergens op verheug – of juist ergens tegenop zie – en het is zover, kan ik niet genieten – niet ten volle, tenminste – maar ben ik alleen maar bezig met En nu?”

En nu – wat?” vroeg R.

“Precies,” zei ik, “En nu wat? Ik ben alweer een stapje verder en benieuwd naar wat er daarna gaat komen. En nu, dus. Een En-nu-type.”

R. knikte, maar of ze me helemaal volgde, wist ik niet. Ze probeerde het wel.

“Ik geloof dat ik je begrijp,” aarzelde ze. “Ik heb dat ook met de uitbraak. Dat ik het wel weer gehad heb en dat ik steeds denk: wat komt hierna?”

Ik glimlachte.

“Zoiets ja,” zei ik, om maar niet te hoeven erkennen dat ze verder dacht dan ik.

Standaard