Het woord

kaarslicht

Laat ons elkander niet week maken, maar laat ons gauw scheiden; een afscheid dat voor eeuwig is, moet plotseling zijn, anders maakt het van een ogenblik een eeuwigheid en kleeft in de zandloper des levens het droeve zand met tranen aaneen.
Lord George Byron (1788-1824)

“Ga jij nog wat zeggen?” vroeg m’n moeder. Ze overviel me er mee.

“Wie? Ik?” stamelde ik. “Waarom?”
“Jij kon zo goed met oom Henny overweg.” meende ze. “En jij kunt zo mooi iets schrijven.”

Een sterfgeval grijpt altijd in. Gemaakte plannen moeten worden verzet, net als je gedachten. Het is waar, ik streefde ernaar om mijn oom zo vaak mogelijk te zien, sinds hij ziek werd. Maar ondanks dat – of misschien wel juist daardoor – voel ik me niet meteen geroepen een toespraak bij zijn uitvaart te houden. Ik zou de juiste woorden ook niet weten. Het zou, zo meen ik, misplaatst zijn. Niet mijn plaats, althans.

Mijn neef en mijn nicht zijn zowat opgegroeid in het huis van mijn oom. Zij zijn zo’n beetje zijn surrogaat-kinderen.
Of: “We zijn maar aangetrouwde familie.” zoals mijn broer het aan de telefoon formuleerde.

[Waarschijnlijk wordt mijn oom donderdag begraven. Nee, ik weet het nu zeker: ik zal niet spreken.]

Standaard

7 gedachten over “Het woord

Zeg het eens.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.