HoorspelLeestijd 1 min

In het leven wordt meestal beter komedie gespeeld dan op de planken. Otto Weiss

Er waren nieuwe buren, zoals wij ook kortelings waren.

Rond middernacht namen ze afscheid van een gezelschap door nog even na te praten op straat. We sliepen met het raam open en hoorden elk woord.

Ineens viel iedereen stil. Een jongen zei alleen: “Dag meneer.”

“Zijn jullie van de toneelschool?” hoorde ik de aangesprokene vragen. De meesten knikten bevestigend, nam ik aan, alleen een meisje reageerde met een ingehouden “Theaterdocent”.

“Dat reken ik ook goed,” zei de man. “Waar het om gaat: als jullie zijn afgestudeerd zal ik met plezier een kaartje kopen om in de schouwburg jullie optreden te zien.”

Door het open raam heen merkte ik de stille opwinding, over het vooruitzicht van de toekomst op de planken.

“Maar de straat is geen schouwburg,” zei de man, “er is hier geen voorstelling en ik wil slapen. Capisce?”

Geluidloos gingen de leerlingen af.

“Dat dacht ik,” noegde de man.

Standaard