Indische dagen (iii)

masker
Bijgelovigheid is het nietszeggende, gemakkelijke woord, waarmee grove geesten schimpen op de allerfijnste ontroeringen, zieningen en begaafdheden der menselijke ziel. Louis Couperus (1863-1923)

Ik werd niet op­gemerkt, dus bleef ik on­bewogen.

D’r was ‘n heel eiland met para­normale be­gaafden, daar op de Tong Tong Fair, ‘t eigen­lijke doel van onze reis naar de Hof­stad.

“Wil jij d’r heen?” vroeg ik toen we de hand­lezers en kaart­leggers naderden. Brrrr schudde z’n hoofd.

“Nee, dank je.” zeidie. “Ik weet al genoeg.” Hij keek mij aan. “Jij?”

Ik twijfelde. Dat zei ik dus ook.

“Kweenie.” zei ik. “Ik laat ‘t van hen af­hangen.” Brrrr fronste z’n wenk­brauwen. Ik gaf uitleg.

“Nou,” zei ik, “als ik straks langs­loop en ze zien niks om me heen fladderen of dwarrelen, zullen ze me niet aan­spreken. Dus dan kan ik d’r van uitgaan dat d’r niks te verwachten is. Dus.” zei ik d’r nog es achteraan.

[We liepen langs en niemand zag iets opzienbarends. Ze lazen ‘n boek of dronken ‘n glas, maar constateerden geen anomaliën. “Mooi zo.” vond ik en bestelde ‘n Indische kroket.]

Standaard

3 gedachten over “Indische dagen (iii)

  1. Kun je nagaan hoe paranormaal zij zijn. Als ze dat allemaal niet eens oppikken.

    {Mowl: wat niet oppikken? Wat weet Anton wat zij niet wisten?}

  2. Possum schreef:

    I have a feeling that
    you’re talking about
    Indonesian days ;
    Or are they Indian
    indeed ?

    {Mowl: oud koloniaal stuiptrekkinkje in de taal.}

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.