Jamais vu

horloge

Mochten wij elkaar ooit ontmoeten: dan tot weerziens. Zoniet: val dood.
Herman Brusselmans (1957)

We liepen door de stad en passeerden een terras.

Toen ik de zittenden scande herkende ik een oude collega met, naar ik aannam, zijn vrouw. Geestdriftig stak ik mijn hand op.

“Hee! Hallo!”

Aarzelend beantwoordde mijn oud-collega mijn groet. Een slap handje ging de lucht in.

“Euh, hoi.” klonk het. De vrouw keek eerst mij verbaasd aan, toen haar man.

Opeens realiseerde ik me dat de man toch niet helemaal op mijn oud-collega leek.

“Wie was dat?” vroeg Brrrr, toen we verder liepen.
“Geen idee.” zei ik naar waarheid.

[Stiekem gniffelde ik om de imaginaire scenario’s die zich na mijn vertrek hadden kunnen afspelen. De onschuldigste was nog die waarin de man zijn hoofd pijnigde om te achterhalen wie ik wel zou kunnen zijn.]

Standaard

3 gedachten over “Jamais vu

  1. Soms gebruik ik dit trucje wel eens in het verkeer als ik bv nogal op het nippertje heb ingevoegd, of als iemand voor me had moeten remmen (en neen, zo slecht rij ik niet hoor) of als ik net voor iemands neus de weg kruis, kortom, als ik de andere min of meer boos heb gemaakt, dan steek ik mijn hand op, begin te wuiven en doe ik alsof ik hen plots herken en dan zie je hen vaak heel onzeker naar elkaar kijken zo van Oeps? we kennen die? en meteen is hun boosheid over. Gaan ze inhouden en stoppen ze met drummen met de wagen. worden ze weer rustige brave mensen.
    Moet je ook eens uitproberen 🙂

    {Mowl: zodra we een auto hebben, zal ik eraan proberen te denken.}

Zeg het eens.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.