Kant en walLeestijd 1 min

Zodra de mens iets heeft aangeraakt of door technische middelen in staat is het aan te raken, verliest hij er zijn eerbied voor. Misschien is het daarom dat hij, bij wijze van contrast, de voorstelling nodig heeft van een onbereikbare God die zelfs zijn eigen moeder niet geschonden heeft. Paul de Wispelaere

Boeken heb je in allerlei soorten en zij had vooral mooi vormgegeven exemplaren bij zich: een heel stapeltje.

“Voor op de koffietafel,” grapte ik, maar het bleek de waarheid.

“Ze liggen daar prachtig,” beaamde ze en liet ze me één voor één zien. “Kijk.”

Ik zag Plato voorbijgaan en Kafka, Aristoteles en Kant, fraai gedrukt en gebonden en voorzien van glanzende omslagen. Ze las de vraag van mijn ogen.

“O nee, ik lees ze niet,” zei ze, “ik leg ze er alleen maar neer.”

Maar de banden waren meer dan louter kosmetisch. Ze sloot haar ogen en liet haar handen boven de verzameling wijsgeren drijven.

“Deze boeken hoeven er alleen maar te liggen,” zei ze, “en de inhoud komt dan vanzelf naar je toe.” Ze snoof haar longen vol. Daarna ontsloot ze haar gezicht en keek me aan. Ze straalde.

“Mooi hè,” zei ze, “daar word ik nou gelukkig van.”

Standaard