Mag ik u helpen?Leestijd 3 min

Voor als je het nog niet wist: ik heb een kantoorbaan.

In het zweet mijns aanschijns heb ik nog nooit een stuiver verdiend. Ik zit op een stoel en werk met de computer. Mijn kantoor deel ik met vijf collega’s en een radio. Het meest opwindende van mijn werkdag is de kop bouillon die we uit onze nieuwe machine kunnen tappen.

In ons kantoorgebouw zitten zo’n vijftig mensen die allemaal net zo belangrijk en fascinerend werk verrichten. Ze werken in de administratie of het beleid, doen aan management of bewaken de kantoorartikelen.

Onze belangrijkste taak is het praten met mensen die niet in ons kantoorgebouw werken. En die mensen melden zich dan voor hun afspraak bij de receptie. Of ze bellen met het algemene nummer. Ook dan worden ze te woord gestaan door de receptie. De receptie belt dan met de desbetreffende meneer of mevrouw van ons kantoorgebouw om te zeggen dat er iemand aan de balie staat of aan de telefoon hangt.

Dezer dagen is de receptie met vakantie. Want ook de receptie mag dat. Alleen: er is dan geen receptie. Dus bedachten de bazen dat het geen slecht idee zou zijn om collega’s van het kantoorgebouw te vragen om – vrijwillig – een dagdeel het receptiewerk over te nemen. Ik stak m’n vinger op en was gisteren aan de beurt.

Vanaf negen uur ‘s ochtends zat ik achter de hypermoderne telefooncentrale. Voor wei dat wat zegt: het is een voip-centrale, wat zoiets betekent dat alle telefoontjes via internet gaan. Feitelijk heb je dan alleen een hoorn en een computer. Als je iemand moet hebben klik je op de naam op het scherm en je bent klaar.

Laat ik even duidelijk zijn: ik vind de receptie van een bedrijf zo’n beetje het belangrijkste deel ervan. En zeker niet het eenvoudigste. Het is afgezaagd, maar zo’n receptie is toch het visitekaartje. Als het daar misgaat, moet je als bedrijf wel heel erg je best doen om het later weer goed te maken. Tegelijk moet een receptiemedewerker stressbestendig zijn en dienstbaar. Ik heb het zelf ervaren.

Het begon al met mijn eerste telefoontje. Een mevrouw wilde spreken met een meneer die niet op mijn scherm stond.

-“Het spijt me, mevrouw,” zei ik zo beleefd mogelijk, “Maar die meneer is niet bekend hier. Kunt u mij zeggen op welke afdeling hij werkt?”
-“Dat weet u best wel!” baste de vrouw.

Ik legde haar rustig uit dat ik het �cht niet wist, omdat die naam niet op mijn lijstje stond. Maar ze bleef volhouden dat ik het wel wist. Ik gooide het over een andere boeg.

-“Mag ik u vragen waar het over gaat, mevrouw?”
Ze vertelde me. Ik ademde opgelucht. Sinds onze verhuizing waren taken samengevoegd en gescheiden. Wat de mevrouw zocht was nog op ons oude adres.

-“Dan kunt u beter een ander nummer draaien, mevrouw. Die afdeling zit niet bij ons.” Ik wilde haar het nummer geven, maar de vrouw ontstak in woede.

-“Ik weet wel wat dit is, jullie houden me aan het lijntje! Jullie houden me altijd aan het lijntje!” Een scheldkannonade volgde. Nog voor ik wat kon zeggen gooide ze de hoorn op de haak.

Zo. De dag was begonnen.

[Verder viel het wel mee. Ik wil hierbij mijn excuses maken aan al die mensen die ik een kwartier of langer in de wacht heb laten staan, omdat ik niet wist dat een rood pijltje betekent dat ze niet op tijd werden doorverbonden. Na een uur wist een andere collega me dat te vertellen. Het is niet meer gebeurd.]

Standaard

Zeg het eens.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.