OmslagLeestijd 1 min

De wereld is een spiegel, en geeft iedereen de weerkaatsing terug van zijn eigen gezicht. Frons ertegen en ze kijkt u op haar beurt nors aan; lach en ze is een vrolijke metgezellin. William Makepeace Thackeray

Zo ver weg mogelijk als we binnen enkele uren van de Anderen vandaan hadden kunnen wandelen, zaten we in een polder, uit te kijken over de weidevelden.

De Anderen, dat waren de Preciezen, die geen stap buiten de deur durfden te zetten uit angst het virus te verspreiden. De Rekkelijken, waartoe wij ons rekenden, meenden dat een buitenwandeling een weldaad voor het eigen afweersysteem was. Of we een minderheid vormden, durf ik niet te beweren, maar we waren in elk geval spaarzaam in getal, waardoor uiteindelijk iedereen zijn gelijk behaalde.

Ik was niet ornitholoog genoeg om de vogels in de lucht te determineren, maar ik zag en benijdde de veronderstelde onbezorgdheid waarmee ze met hun dagelijkse fourage bezig waren – en wie weet niet eens met dat, maar enkel vliegend voor de aardigheid.

Nog is niet alles verloren, stelde ik vast, eindelijk de hoofdzaken verstaand.

Daar en dan kantelde mijn welbevinden.

Standaard