Opwaarts

Als het reisdoel te belangrijk is, zie je onderweg niets. Györgyi Konràd

In de lift naar de zesde verdieping werd ik vergezeld door twee verpleegkundigen. Ze wisten me heel bekwaam te negeren. Wat mij betreft was dat prima – ik ging tenslotte naar de zesde verdieping.

Halverwege de reis omhoog stopte de cabine. Iemand had onze komst niet afgewacht, want er stond niemand. Wel liep er een patiënt voorbij, te oordelen aan de pyjama die hij droeg. Hij zei iets tegen de zusters wat ik niet kon verstaan.

De verpleegsters moesten er om lachen. Eentje van hen riep iets terug. Het klonk gevat. De patiënt zwaaide in elk geval grinnikend met zijn hand.

Daarna sloten de deuren weer en gingen we verder omhoog.

We zwegen daarbij.

Ik wilde de twee verpleegkundigen tegen de liftwand aanduwen en eisen te verklappen wat die man zei, daarnet. Maar ik hield me in bedwang, tot aan de zesde.

Ik had er de hele verdere dag spijt van.

Standaard

Zeg het eens.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.