PrikkelsLeestijd 1 min

Kwaadaardig
komt en gaat de zee
zodat ik wel
verdrinken moet.
Jan Arends

“Hij zit nu wel in de lappenmand,” vertelde collega I. Ze had het over haar man. “Die heeft trombose gekregen door het vaccin.”

“O nee,” zei ik, in eerste instantie ongelovig. Ze knikte. Het was heus.

“Jazeker,” bevestigde ze, “we krijgen nu elke dag iemand van de thuiszorg over de vloer die hem komt inzwachtelen en prikken.”

Ik kon niet helpen dat ik haar nogal laconiek, bijna zelfs wat lacherig vond reageren.

“Ik ben werkelijk opgelucht,” gaf ze toe, “hij heeft jaren geleden al eens trombose gehad, zelfs tot vaatchirurgie aan toe, dus we zijn er bekend mee. Maar we weten ook dat als hij, in zijn conditie, nu corona had gekregen – nou, dan had hij onherroepelijk op zijn buik gekeerd beademd moeten worden.”

Ze keek me aan – bijna triomfantelijk, vond ik.

“Dit komen we wel weer te boven,” vond ze, “van dat andere was ik niet zo zeker geweest.”

Standaard