QuarantaineLeestijd 1 min

De dichter zit opgesloten in het klooster van zichzelf. Paul Fort

Ineens bewoog hij en haalde de oordopjes uit zijn hoofd, de man die ik even daarvoor had aangezien voor een pop, een Abraham ofzo, in een vouwstoel gezet op het zonnige balkon. Het was op zich al een merkwaardig idee – ik geef het meteen toe – maar het had natuurlijk gekund. Buren en vrienden halen tenslotte wel gekkere dingen met je uit wanneer je vijftig wordt.

Hoe dan ook: de man stond op en zwaaide naar mij.

“Quarantaine,” riep hij. 

Het zou een verklaring moeten zijn, dacht ik, tenminste: zo klonk het. Het was het ook. Of hij wilde dat ik het geloofde.

“Ik heb het zo zwaar,” voegde hij eraan toe. Hij knikte en probeerde getroffen te kijken maar zijn ogen spraken van het tegendeel. Het bierflesje in zijn hand ondersteunde zijn woorden ook niet werkelijk. Ik zwaaide terug.

Ik glimlachte toen ik verder wandelde. De waarheid maakte niet uit.

Standaard

Zeg het eens.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.