Rijvaardig

kleren

Verdraagzame mensen zijn de ongeduldigsten en geduldigen de onverdraagzaamsten. Ludwig Börne (1786-1837)

Het is een zich repeterend fenomeen, die waarneming van Etorre. Daarom kan ik andermaal verhalen van deze wetmatige keuze voor de verkeerde rij.

We bevonden ons in een kledingzaak, Brrrr en ik. Je weet wel, zo één die alleen door hippe mensen wordt bezocht of zij die zo goedkoop mogelijk hip willen lijken. In die laatste categorie schaar ik mezelf.

Hip waren in elk geval de gekleurde boxershorts (draagt iemand die nog? Ja, wij.) die we hadden verworven. Het was alleen nog maar een kwestie van afrekenen. We sloten ons aan in de rij bij de kassa.

“Kom maar.” zei Brrrr, “Dit duurt te lang. We gaan naar beneden.”

Nu moet je weten, dat de herenafdeling zich op de eerste verdieping bevindt en op de begane grond de kleding voor de rest van de mensheid. De kassa’s daar zijn echter ook voor aankopen van de eerste geschikt.

Met de roltrap gingen we naar beneden om daar in een nog veel langere rij aan te sluiten.

“We gaan niet terug.” zei ik, Etorre indachtig, “Want dan zul je zien dat daar de rij verdriedubbeld is.”

Het voordeel van de kassa op de begane grond is, dat er meer winkelmeisjes en –jongens zijn, die allemaal de andere kassa’s kunnen gaan bedienen. Dat doen ze echter niet.

In plaats daarvan praten ze met elkaar, vouwen een broek, bekijken een papiertje of kauwen kauwgom. Ik heb er begrip voor dat deze activiteiten ook moeten gebeuren en misschien wel belangrijker zijn dan het professioneel wegwerken van rijen klanten, maar toch moet ik eerlijk bekennen dat ik het geen probleem zou vinden wanneer zo’n winkelmeisje of –jongen eens – al was het voor de afwisseling – een kassa in ledigheid zou opstarten.

“Kom maar.” zei een winkeljongen om aan te tonen dat God bestaat, “Ik ga open.”

Een juffrouw was ons voor, maar wij waren een goede tweede. We waren hoopvol gestemd. De dame voor ons had enkel een bloemig niemendalletje af te rekenen – weldra zouden wij geholpen zijn en zouden de onderbroeken de onze genoemd kunnen worden.

Hoe dom van ons om zo simpel te denken. Er scheen iets niet te kloppen met het prijskaartje van het bloemig niemendalletje. De winkeljongen drukte op een knop en met ons viertjes – de winkeljongen, de bloemige juffrouw en ons beidjes – wachtten we op de verschijning van een winkelmeisje. Ze keek niet blij.

“Is deze in de sale?” vroeg de winkeljongen. Het meisje haalde haar schouders op.

“Kweenie.” zei ze. Ik was niet verbaasd.

“Kun je even kijken?” vroeg de winkeljongen. Ik bewonderde hem: hij was de rust zelve. In mijn ooghoek zag ik, dat de mevrouw die achter ons in de rij had gestaan aan de andere kassa werd geholpen. Brrrr zag het ook.

“Kom.” zei hij, “Dit schiet niet op.” En hij troonde me mee naar onze vorige kassa-positie.

We besloten nu tot standvastigheid. Daarvoor werden we beloond. In korte tijd konden we betalen en de winkel verlaten.

[Ik ga nu niet verklappen dat in de enkele minuten na ons vertrek de juffrouw in de rij van de winkeljongen correct was geholpen, evenals een drietal andere klanten. Deze wetenschap zou onze blijdschap alleen maar hebben verstoord.]

Standaard

4 gedachten over “Rijvaardig

  1. Bij het lezen van dit stukje kreeg ik ook een beetje het gevoel dat ik achter de langste rij was aangesloten.

    {Mowl: morgen ben ik korter van stof.}

Zeg het eens.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.