SigaretLeestijd 1 min

Op het perron stonden een jongedame van zo’n 15, 16 jaar, een jongen van rond de twaalf en een ongeveer tien-jarig meisje. Ze waren druk aan het overleggen.

De jongen maakte zich los van het groepje en liep naar een wachthokje waar een mevrouw zat te roken.

“Pardon mevrouw,” vroeg de jongen beleefd, “Heeft u misschien een vuurtje?” De jongen toonde een sigaret. De vrouw aarzelde. Schijnbaar vond ze de jongen wel erg jong. Hij zag haar bezwaar.

“O, het is niet voor mij, mevrouw,” zei de jongen, “Maar voor mijn zus.” Hij wees naar de twee meisjes. “Zij durft het u niet zelf te vragen.”

De vrouw was overtuigd, graaide in haar tas naar een aansteker en zette de sigaret in brand.

“Dank u wel, mevrouw.” Van zoveel beleefdheid ging de vrouw glimlachen.

De jongen liep, met de brandende peuk in de hand, naar de twee meisjes. Die toverden opeens elk een sigaret tevoorschijn. Met de sigaret van de jongen staken ze hun eigen exemplaar aan. Verstolen keken ze naar het wachthokje. Toen liepen ze van het perron af.

De vrouw in het wachthokje keek ze na.

Standaard

Zeg het eens.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.