SpelingLeestijd 1 min

G werkte letterlijk in de catacomben van het oude gebouw.

Als archivaris zag ie niet veel daglicht. Maar hij klaagde niet. Hij was het type dat de organisatie vooral niet op kosten wilde jagen. Daarom werkte hij — als enige — nog met een typemachine. Een computer, zo had ie mij eens toevertrouwd, zou de zaak wel es de kop kunnen kosten.

Niemand kwam ooit bij hem langs, in die kelders. En dat maakte hem ook niet uit. Een schuchtere groet was zijn teken van herkenning. Terwijl zijn collega’s zich vormden in Medezeggenschapsraden en OR’s bleef hij uitsluitend trouw aan Zijn Baas. G was een werknemer die daadwerkelijk zèlf in het archief had dienen te worden bijgeplaatst.

Toen gisteren de kerstpakketten (voor het laatst, maar daarover later) waren bezorgd hadden wij geholpen met uitladen. Om terug te keren naar Het Nieuwe Gebouw moesten we door de kelder. De deur van het archief stond open. Ik zag G zitten. Ik liep door.

Mijn collega’s J en A liepen achter mij. Zij begroetten G die, als door een horzel gestoken, opstond. Hij noodde beiden in zijn werkruimte. Aarzelend gaven ze aan deze invitatie gehoor.

G was blij met hun bezoek, zei hij. Zeker op zijn laatste werkdag.

J en A keken elkaar aan. Laatste werkdag?

Niemand wist dat G hier voor het laatst was. J en A niet en — bij navraag — geen van de andere collega’s. Er was geen bulletin uitgegaan, geen email, geen bericht. Er was niet versierd, er was geen receptie.

G was hier voor het laatst.

[Toen ik dit Brrrr vertelde vroeg ie mij of ik hem nog de hand had geschud. Beschaamd ontkende ik. Hij schudde vertwijfeld zijn hoofd.]

Standaard

Zeg het eens.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.