Verdacht

Bij de ingang van de Albert Heijn zat een jongentje van een jaar of acht. Ik herkende hem als één van de twee zoons van Willem, die bovenaan onze straat woont.

Het jongetje zat achter een multi-pack chips. Dat is een grote zak waarin een aantal kleine zakjes zijn verpakt.

-“Wat ben jij aan het doen?” informeerde ik vriendelijk. Het jongetje keek me aan.
-“Ik verkoop zakjes chips.” zei hij. “Ik speel ‘Mini-Super de Boer’.” voegde hij er aan toe.

-“Dat is slim.” vond ik. “Hoe kom je aan die grote zak?”
-“Gekregen.” antwoordde het jongetje. “En de kleine zakjes verkoop ik voor twee euro per stuk.”

De handelsgeest van de jongen had tot dusver nog geen klanten opgeleverd zag ik.

-“Nou, dan wens ik je nog veel succes.” zei ik. “Ik ga boodschappen doen.”

Het jongetje knikte.

-“Dag.” zei het.
-“Dag.”

Ik liep met Brrrr de winkel in.

-“Leuk hè, wat die zoon van Willem doet.” Brrrr keek me aan.
-“Dat is geen zoon van Willem.”

-“Niet?”
-“Nee.”

Ik slikte.

[Had ik toch vriendelijk gedaan tegen een mij volstrekt onbekende minderjarige. De situatie had helemaal uit de hand kunnen lopen. Hopelijk waren er geen volwassen getuigen in de buurt.]

Standaard

Zeg het eens.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.