Voor paalLeestijd 1 min

Liefde, dat is samen egoïst zijn. Marcel Achard

De man droeg een forse stok bij zich, een paal feitelijk. Hij keek er grimmig bij, woest misschien zelfs, maar dat kon ook komen door zijn warrige haren en zijn ongeschoren gezicht.

Hij liep over de andere kant van de loopbrug. Aan mijn kant liepen twee jongeren voor mij. Ze hielden zich niet aan de anderhalve meter-regel, maar ze leken me ook jonger dan achttien, dus er was geen werkelijke belemmering.

Bij het zien van het stel verstevigde de man de greep aan de paal met een tweede hand. Hij mompelde iets duisters maar onmiskenbaar sinister.

Gebald en op zijn hoede liep de man door, waarbij hij de jeugdigen niet uit het oog verloor.

Weer sprak hij – dit keer verstond ik hem wel.

“Blijf uit mijn buurt, stelletje addergebroed,” zei hij, “of ik mep je met mijn paal.”

Addergebroed, dacht ik bijna vertederd, wat is dat toch een heerlijk woord.

Standaard