Zittenblijvers

De meeste poëtische boom die je beschrijft, heeft altijd betrekking op een boom die je zelf eens gezien hebt. Eigenlijk is alle literatuur autobiografisch. Alle mensen die dat ontkennen, huichelen maar. Dat is boerenbedrog. Gerrit Komrij

Middenin het bos zat ze strak tegen de rand van een bankje met één bil eroverheen hangend. De man zat halverwege, maar zijn bovenlichaam richtte zich al naar de vrouw die haar handen kuis op haar schoot had gelegd als een gesloten deur van de koelkast.

Het was blijkbaar de ervaring die haar houding bepaalde. De man deed – hoe dan ook – alsof hij het geheel niet in de gaten had.

“Ach schatje,” zei hij, terwijl zijn vingers over de rugleuning wandelden, “sinds wanneer ben jij zo afstandelijk?”

Er volgde een stilte waarin de man knipoogde en de vrouw slikte. Het leek alsof ze de vraag had verwacht.

“Sinds C.” uitte ze, waarbij ze het virus onbewust tot een letter reduceerde, zoals mensen vaker doen met een ziekte.

“Corona?” schamperde de man, “Maar daar doet toch niemand meer aan?”

Hij lachte – zij niet. Zelfs de bomen hadden hem meer kunnen vertellen.

Standaard

Frituur

Wie niets anders heeft om zich op te beroemen dan zijn illustere voorouders, is als een aardappelplant: het enige goede dat hij heeft zit onder de grond. Thomas Overbury

Ik dorst dit zowat niet te vertellen, omdat er kleur in het spel is. Voor je het weet, sla ik de plank mis en heb je de poppen aan het dansen, om wat beuzelachtige platitudes te misbruiken.

Het was namelijk bij een Chinese cafetaria dat een zwarte vrouw een witte vrouw aansprak die een boulevardblad bekeek, in afwachting van haar patatten en overduidelijk niet in voor een gesprek.

“Het is wat, met die corona,” stelde de zwarte vrouw onvoorzien. Zonder op een reactie te wachten, vervolgde ze. “Thuis zet ik de ramen tegen elkaar open. En ontsmetten, hè, alles ontsmetten.”

De witte vrouw bladerde verder.

“Ikzelf heb nergens last van,” negeerde de zwarte vrouw het witte zwijgen, “u wel?”

De directe vraag dwong de witte vrouw te reageren. Ongenegen draaide ze haar hoofd.

“Ik heb ook nergens last van,” verklaarde ze. De zwarte vrouw grinnikte.

“Alleen van mij,” mompelde ze.

Standaard

Tussendag

De mens is een paard dat zichzelf aanspoort. Karol Irzykowski

Het was een tussendag – een dankbaar onderwerp voor het gesprek.

“De komende dagen wordt het warm,” zei ik.

“Het kan wel zevenentwintig graden worden,” wist hij.

“Beter dan de afgelopen tijd,” vond ik.

“Het leek wel herfst,” bevestigde hij.

“Je zou er zo ziek van worden,” voorzag ik.

“Koud, warm, koud, warm,” hoofdschudde hij.

“Dat is niet goed voor een mens,” deed ik.

Ik zei het niet met opzet, maar de woorden zetten ons allebei aan het denken. Of liever: denken deden we al – maar we spanden ons in niets te uiten. Tenminste ik.

“Wat een ellende,” verzuchtte hij, in drie woorden samenvattend hoe emoties in de voorbije secondes door een schier oneindige tijd en afstand waren gestormd.

Na de aansluitende onhoorbare zuchten volgde een oneindige eeuwigheid in enkele ogenblikken. Daarna haalden we diep adem.

“Gelukkig zijn de verwachtingen beter,” probeerde ik.

Hij zei niks meer. Er was genoeg gezegd.

Standaard

Na de corona

Je hebt de nacht nodig om in de zon te kunnen geloven. Jean-Yves Boulic

Met de knop op de kast zette ze de televisie aan. Bijna meteen schalde het geluid van een voetbalwedstrijd door de kleine kamer, gelardeerd met de opgewonden stem van de commentator. Een tel later was ook op haarscherp beeld te zien waar de spanning om draaide.

Zwijgend keken we even naar de sporters tot ze het toestel weer uitzette. Ze wees naar haar oren.

“Veel te hard voor mij,” zei ze, “koffie?”

We gingen zitten om ons aan tafel te laten onderdompelen in de weldadige stilte. Alleen het roeren van het lepeltje was te horen.

“Ze zetten hem altijd op sport, wanneer ze hier zijn,” hernam ze, “dus.”

Mijn gedachten waren blijkbaar te evident.

“Ik heb wel zo’n ding, zo’n afstandsbediening, maar ik ben altoos bang dat ik iets verkeerds indruk,” reageerde ze. Ze schudde haar hoofd.

“Ik wacht wel tot ze weer mogen komen,” schikte ze, “na de corona.”

Standaard

Bespreken

In Nederland schilder te willen worden betekent de reuzen uit het verleden uit te dagen. In geen enkel ander land ter wereld zijn de wolken, de bomen, de weilanden, de koeien, de huizen, de burgers en hun honden zo glorierijk vereeuwigd in onsterfelijke kunst. Jan de Hartog

Ik had voor even genoeg van bomen. En bovendien dreigde het opnieuw te gaan regenen.

“Laten we naar het museum gaan,” stelde ik voor – per slot van rekening was die overdekt en sinds kort weer toegankelijk. Lief overtuigde ik door de nadruk te leggen op de cultuur. Het werkte.

“Reserveer jij?” vroeg hij – dat was namelijk de regel die bij de heropening was gesteld, zodat er niet teveel mensen ineens de kunst tot zich zouden nemen.

“Toch merkwaardig dat je voor een bezoek aan het Zweedse woonwarenhuis geen plaatsen hoeft te bespreken,” zei ik, terwijl ik onze gegevens op de website intikte, alsmede een gezondheidsverklaring, om de uitgestelde tentoonstelling te mogen bezoeken.

Lief haalde zijn schouders op – hij had er evenmin een verklaring voor. Het leek ook zinloos die te vinden.

“Gedaan,” zei ik, nadat ik op Verzenden had gedrukt. “Zal ik gelijk voor aansluitend een wijntje en bitterballen boeken?”

Standaard

Gareel

De wereld is een schouwtoneel,
Elk speelt zijn rol en krijgt zijn deel.
Joost van den Vondel

Opmerkelijk, dat een dier zo eenvoudig lijkt te gewennen aan een tuig, schoot er door me heen toen de jonge hond uitgelaten op me afkwam.

We wandelden door het bos en even verder waren een man en een vrouw met het dier op pad. De pup – veel ouder was hij echt niet – droeg een harnas van rode singels over zijn rug, met een gesp aan de bovenkant waar een lijn aan kon worden vastgekoppeld. De baasjes hadden blijkbaar zijn geestdrift niet voorzien.

“Blijf!” beval de man vergeefs: de welp liet zich niet tomen en sprong tegen me op. Van lieverlee aaide ik hem.

“Hij is speels,” getuigde ik van het aperte. De man greep de hond vast bij de gordels.

“Maar dat is niet de bedoeling,” zei hij zonder me aan te kijken.

Hij klikte de riem vast en trok het dier mee tot het niet langer omkeek en volgde.

Standaard

Hoorspel

In het leven wordt meestal beter komedie gespeeld dan op de planken. Otto Weiss

Er waren nieuwe buren, zoals wij ook kortelings waren.

Rond middernacht namen ze afscheid van een gezelschap door nog even na te praten op straat. We sliepen met het raam open en hoorden elk woord.

Ineens viel iedereen stil. Een jongen zei alleen: “Dag meneer.”

“Zijn jullie van de toneelschool?” hoorde ik de aangesprokene vragen. De meesten knikten bevestigend, nam ik aan, alleen een meisje reageerde met een ingehouden “Theaterdocent”.

“Dat reken ik ook goed,” zei de man. “Waar het om gaat: als jullie zijn afgestudeerd zal ik met plezier een kaartje kopen om in de schouwburg jullie optreden te zien.”

Door het open raam heen merkte ik de stille opwinding, over het vooruitzicht van de toekomst op de planken.

“Maar de straat is geen schouwburg,” zei de man, “er is hier geen voorstelling en ik wil slapen. Capisce?”

Geluidloos gingen de leerlingen af.

“Dat dacht ik,” noegde de man.

Standaard

Vooruitzicht

En het graf is zo diep en de hemel zo hoog en of God leeft weet geen. Hélène Swarth

Het regent en ik hoop dat de druppels de misstappen wegwassen en de miserie en dat de zomer gaat breken, die als een karaf eek op de zinloos gedekte want onopgediende tafel was gezet.

Ik voel me een verloren gast, ongenood, ongewenst. Wachtend op het moment dat ontdekt wordt dat ik hier niet hoor, maar ergens anders, waar wel gegeten en gedronken kan worden, waar de anderen lachen met elkaar en in de zon.

Een eeuwigheid geleden speelde ik een spel met – het zal geen toeval zijn geweest – louter kunstenaars. De regels bepaalden dat er een waarheid moest worden verteld: op zich al een hele opgave voor artiesten.

Waar het op neerkwam was dat geen van ons zich thuis bleek te hebben gevoeld in het gezin waar men vandaan kwam. We besloten uiteindelijk dat ontheemd-zijn de vereiste is voor alle goede kunst.

Zo beschouwd moet de toekomst wel prachtig zijn.

Standaard

#Paladijn

Foto: Rick Kewal Gademann
Ik probeer te vermijden om voorwaarts of achterwaarts te kijken en ik probeer omhoog te blijven kijken. Charlotte Brontë

Ik las het verhaal van Gary White, een zwarte man, die zijn Joodse vriend waarschuwde voor goeddoeners, zoals hij ze noemde.

“De meesten lopen mee en zoeken een camera, zodat ze gezien kunnen worden en ’s avonds aan tafel kunnen zeggen dat zij niet discrimineren, want ze liepen mee met je. Dit soort mensen is ongevoelig voor jouw geschiedenis, ongevoelig voor jouw problemen. Ze zoeken winst: politiek, sociaal of zakelijk, meer niet en zullen je laten vallen zodra een ander onderwerp populair wordt. Dit zijn nep-mensen, pas op!”

Ik zie profielfoto’s op Facebook veranderen in stemmig zwart of voorzien van de juiste hashtags, zoals ze aangepast werden na Charlie Hebdo, of uit trots voor de helden in de zorg, of toen het huwelijk werd opengesteld voor mensen van gelijk geslacht.

En ik denk aan Gary Whites waarschuwing.

In 2015 werd hij doodgeschoten. Ik geloof niet dat hij een banier had gewild.

Standaard

Barst

Al schopt ge negenennegentig mensen een geweten, er blijft dan nog één smeerlap over, en die wordt president. En als ge naar die durft schoppen, vliegt ge de gevangenis is. Louis Paul Boon

Corona verzinkt in het moeras van het overige nieuws. Of het de vergrendelde maatschappij is, die te lang heeft geduurd met onduidelijke en elkaar tegensprekende richtlijnen, durf ik niet te zeggen, maar de aanvankelijke saamhorigheid die het begin van de crisis leek te tooien, is definitief en met geweld versplinterd en verbrijzeld. Niet eerder zag ik een samenleving die zo uiteengedreven is – lankmoedigheid is een uitgeroeide en archaïsche deugd verworden.

Ik vrees.

“Het zal wel stil zijn,” verwachtte ik toen ik Lenie (97) belde. Ze ziet nauwelijks iemand omdat ze niet vaker dan eenmaal per week maximaal drie kwartier een vaste contactpersoon mag ontvangen. Het lijkt eerder op een dwangopname in een isolatiecel dan op beveiliging voor eigen bestwil. Voldoende om eraan te willen ontsnappen, dunkt me.

Maar Lenie berust.

“Och,” antwoordde ze, “als het stil is zet ik de radio wel aan.”

Ik bad dat het geen nieuwszender zou zijn.

Standaard