Stoom

Je kan het vuur verbergen, maar wat dacht je met de rook te doen? Joel Chandler Harris

“De maanden januari en februari kunnen maar beter gedaan zijn,” kwelde ik, “met hun droge belofte van een nakende lente, terwijl de nachten nog lang en de dagen onverminderd guur en grijs zijn. Alsof je in een wachtkamer zit voor een voorlopig verholen diagnose en tal van akelige spookgedachten je zinnen gijzelen. De mijne althans,” voegde ik eraan toe om mijn algemene gemoed te relativeren.

Dat had ik nodig, voorzeker. Het probleem was dat ik tegen dovemansoren sprak – het tragisch lot van iemand die zijn raadgevingen meer op anderen richt dan op zichzelf.

Ik keek in de ogen van de man tegenover me. Hij blikte spottend terug, meende ik. Hij kende me beter dan me lief was.

Ik draaide de warmwaterkraan vol open. De ontwikkelde stoom steeg op en hechtte zich aan de spiegel. Het gezicht aan de andere kant verdween.

“Zo,” mompelde ik zacht, “dat zal je leren, wijsneus.”

Standaard

Sjemtreels

Wie een vreugde tot zich trekt
Vernietigt het gevleugeld leven,
Maar wie de vreugde kust als deze passeert,
Leeft in de zonsopgang van de eeuwigheid.
William Blake

“Ze werken blijkbaar niet,” zei de man. Hij had een volle baard weggestopt in een veel te klein lapje. Maar zijn ogen, daarboven, waren vrij en fonkelden van voorpret. Zeker toen hij zag dat ik hem niet begreep.

“Wat niet?” vroeg ik.

“Die dingen,” zei hij, “die strepen in de lucht. Kom, hoe heten ze? Sjemtreels.”

“Chemtrails,” begreep ik. Hij schouderschokte.

“Sjemtreels, chemtrails,” zei hij, “het zal wat. Ze zouden ons hoe dan ook moeten verdoven en willoos maken, maar blijkbaar werken ze niet.”

Hij popelde zichtbaar om me de clou te vertellen, want hij wachtte niet op mijn respons.

“Want anders hadden ze ons nu niet hoeven in te spuiten met die sjippies.”

Hij vond het merkelijk zelf een uitstekende grap, aan zijn toenepende ogen en schuddende bovenlichaam af te lezen, waar mijn reactie magertjes bij afstak.

“Nou, dan vind je het toch niet leuk,” knorde hij gebeten, “Sjagrijn.”

Standaard

Onverstaanbaar

Wanneer je de worst uithangt, eindig je altijd met opgegeten te worden. Henri Jeanson

Ik kon drie redenen bedenken waarom ik de man niet kon verstaan: allereerst stond er een spatscherm tussen ons, dan droeg hij nog een mondkapje en tenslotte mompelde hij.

“U zakt steeds weg,” zei ik, nadat ik al een paar keer had gevraagd of hij wilde herhalen wat hij zei, “ik heb alleen het begin gehoord.”

Wat was bedoeld als een milde opmerking deed hem slechts monkelen. Het werd nog eens gevolgd door iets onbevattelijks.

“Ik begrijp u niet,” zei ik ietwat nadrukkelijk, maar nog steeds welgemanierd. De man bleef grijnzen.

“Misschien wil ik dat wel,” zei hij.

“Pardon?” deed ik. Hij knikte en wees naar zijn masker.

“Het is zo grappig om mensen te laten gissen naar je woorden,” grinnikte hij. “Ik vermaak me kostelijk, dezer dagen.” Ik zag het in zijn ogen: hij vond het allemaal buitengewoon kluchtig.

Gelukkig hoorde hij niet wat ik zei toen hij vertrok.

Standaard

Zwarte doos

New York: huizen, overal huizen, en nergens een plaats om te wonen. Don Herold

Hij stapte voor de ingang van de studentenflat uit de zwarte taxi met een zwarte doos in zijn handen. Een verhuisdoos, eigenlijk – of misschien wel zo’n doos die je in Amerikaanse films ziet, wanneer iemand zijn spulletjes meeneemt wanneer hij is ontslagen. Zo’n soort doos dus – maar dan zwart.

Op de stoep voor de deur van de studentenflat stond een ander te wachten. Hij verwierp de sigaret die hij net aan het roken was met een geroutineerd gebaar van zijn duim en wijsvinger. Dan liep hij op de jongen met de doos af.

“Zo,” zei hij, “ben je daar eindelijk.”

De jongen met de doos knikte naar de taxi, die optrok en wegreed, maar zei verder niks.

De jongen van de stoep opende de deur.

“Je moet maar zo denken,” zei hij, “het is gewoon een nieuw begin.”

De jongen met de doos zuchtte eerst.

“Ach ja,” berustte die dan.

Standaard

Doorgeprikt

Goede gedachten brengen goede vruchten voort, slechte gedachten brengen slechte vruchten voort – en de mens is zijn eigen kweker. James Lane Allen

Zo kon het ook worden bezien, natuurlijk.

“Ergens vind ik het jammer dat het alweer voorbij is,” zei hij, “het jaar, bedoel ik. Het was toch een stukje geschiedenis.”

Ik probeerde hem te volgen.

“Met corona enzo?” vroeg ik.

Hij knikte.

“Precies,” zei hij, “en wij kunnen later vertellen dat we het hebben meegemaakt.”

Nog voor ik kon bedenken wat ik daar nu van vond, ging hij verder.

“Historici zien veel parallellen met de vorige pandemieën,” doceerde hij, “zoals de Spaanse griep van de vorige eeuw. Daarna begonnen les années folles.”

Hij oogde verrukt.

“Stel je voor,” zei hij, bijna ademloos, “dat ons ook een tijd te wachten staat die alle grenzen van je verbeelding overschrijdt.”

Zijn begeestering smeekte om nazicht.

“En daarna kwamen de jaren dertig,” domperde ik.

Onthutst keek hij me aan. Mijn voornemen om het komende jaar geen ballonnen meer door te prikken was nu al mislukt.

Standaard

Gelukkig nieuwjaar

Als je geluk hebt kan één fantasie een miljoen werkelijkheden grondig veranderen. Maya Angelou

“Gelukkig nieuwjaar!” wenste ze in een voor mij ongekende opgewektheid.

“Wat is er met jou aan de hand?” moest ik wel informeren. De grijnslach bleef op haar gezicht gefixeerd. Mijn vraag verschoof van de vette tevredenheid, waardoor ik nog een poging deed.

“Je bent anders nooit zo,” zei ik, “zo…”

“Vrolijk?” vulde ze aan. Ik knikte.

“Het is nieuwjaar en de eerste werkdag waarop we elkaar allemaal weer gaan zien,” zei ze.

“Ja en?”

“Begrijp je het niet?” vroeg ze, “denk eens terug aan vorig jaar en de jaren daarvoor.”

Ik haalde mijn schouders op.

“Ja en?” herhaalde ik.

“Ik hoef dit keer niet te zoenen,” zei ze, “en beter nog: ik hoef ook niet bang te wezen om afgelebberd te worden. Je hebt van die engerds die juist dan de kans schoon zien. Maar niet dit jaar. Ze moeten allemaal van me afblijven.”

Ze glunderde door.

“Heerlijk,” zei ze.

Standaard

Geraniums

Het waar geluk is stil en bloeit het schoonst verborgen. Rhijnvis Feith

“Ik heb dus een collegaatje,” zei ze, “nou ja, die had ik dus, en die mankeert van alles.”

Haar wenkbrauwen klommen naar de hemel.

“Maar ja,” ging ze verder, “die is pas achtenzestig en ik te oud. Nog nooit iets gemankeerd, geen enkel medicijn geslikt of wat dan ook en kerngezond. Het is de kalender die me nekt.”

De getoonde berusting kwam strijdvaardig op het toneel.

“Ik zit nu al bijna een jaar thuis, omdat ik zeventig ben. Ik ben van de risicogroep, dus nu even niet, dankjewel. En dat terwijl ze in de zorg mensen tekort komen. Ook vrijwilligers, als ik.”

Haar ogen verdichtten zich.

“Ik zweer je,” vermaande ze, “zodra dat vaccin er is, sta ik vooraan in de rij. Kan me niet schelen dat ik nog nooit iets heb genomen.”

Ze schudde haar hoofd.

“Ik ben toch nog veel te jong om achter de geraniums te zitten?”

Standaard

Minder

Voor de meeste mensen is de horizon het einde van hun wereld. Marc Fontenel

Ze schuilden voor de regen onder het afdak van de parkeergarage, de vrouw en de kleine jongen. Hij droeg een geel-blauw helmpje in hetzelfde geel-blauw als zijn fietsje, dat ook nog eens geel-blauwe kwastjes aan het stuur had.

“Jakkes,” verwenste de man die zinloos kwam aangehaast, omdat hij toch al nat was tot op zijn botten. Hij opende de traliepoort zonder acht te slaan op de twee wachtenden en ging aan hen voorbij.

“Ik geloof dat het ietsje minder wordt,” schatte de vrouw over de regen aan de kleine jongen. Die draaide zich meteen om naar de man die naar binnen was verdwenen.

“Het wordt minder,” riep hij die toe. Zijn stem galmde langs de betonnen muren en weerkaatste als een stuiterbal op de zilveren maan. Er kwam niet meteen een reactie, alsof de man de boodschap op zich moest laten inwerken.

“Vertel mij wat,” somberde hij dan toch uiteindelijk.

Standaard

Begrepen

Als al de rotzooi uit de wereld wordt opgeruimd, vervalt de bestaansreden van de kritiek en met haar de diepste zin van de moderne democratische gemeenschap, die op een reusachtige vuilnisbelt leeft. Paul de Wispelaere

Het was veelzeggend dat ze een vuilraper met de feestdagen had gevraagd en gekregen en op tweede kerstdag drie uur erop uit was getrokken om in de uiterwaarden afval te rapen.

“Twintig mondkapjes,” zei ze, was het resultaat – maar dat was nog niet het meest opvallende. Het was gewoon het enige dat ze geteld had.

“De jongeren die we tegenkwamen,” zei ze – want ze jutte niet in haar eentje – “die keken ons niet eens aan, laat staan dat ze wat zeiden. Ze praatten alleen met elkaar en lachten misschien en liepen ons voorbij. Het waren juist de ouderen,” zei ze, waarbij ze wat aarzelend naar mij keek, “ik bedoel de vijftigplussers enzo, die ons gedag zeiden en bedankten voor het opruimen.”

Ze pauzeerde even. Ze zocht naar zorgvuldigheid, zag ik.

“Ik bedoel er niks mee, hoor,” draalde ze dan. “maar wist je dat er ook speciale grijpers voor senioren bestaan?”

Standaard

Dief

Foto: Rick Kewal Gademann
Het leven is 90% geven en afwachten of je 10% terugkrijgt. C. Groenewegen

Terwijl de vrouw haar boodschappen aan het inpakken was, kwam er een jongen van de supermarkt aangelopen. Hij stak zijn bovenlichaam naar voren.

“Vergeet u niet alle boodschappentasjes aan te bieden?” vroeg hij. De toon was ongetwijfeld genaakbaar maar bindend. De vrouw keek op, maar nog voor ze wat kon zeggen, rechtte de jongen zijn rug weer.

“O sorry,” zei hij, “dat is een andere kassa.”

Hij verdween net zo rap als hij gekomen was. De vrouw draaide zich naar de caissière.

“Wat zei hij nou?” vroeg ze. Ze wachtte het antwoord niet af. “Bedoelde hij nou dat ik stiekem tasjes zou meenemen?”

Nou werd ze boos.

“Ik heb mijn eigen tassen,” riep ze, “en kijk naar mijn boodschappen – zou ik dan nog wat tasjes stelen?”

De vrouw tuurde de kassa’s af.

“Noemde hij me nou een dief?” zei ze.

De caissière haalde haar schouders op.

“Zegeltjes?” zei ze alleen.

Standaard