Staar

Niets van wat de mens overkomt is ooit natuurlijk, omdat zijn aanwezigheid de wereld op losse schroeven zet. Simone de Beauvoir

“Ik had hier maar zestien procent,” zei ze, wijzend naar haar linkeroog, “en aan de andere kant misschien veertig – maar ik bleef gewoon autorijden. Nooit problemen gehad.”

Ik had wat willen zeggen, mogelijk iets vermanends of anders gewoon een grapje, maar ze droeg een gehoorapparaat in elk oor en ze stonden allebei uit. Ze had in elk geval nog geen ene keer gereageerd op wat ik had gezegd. Hooguit mij wat merkwaardig aangekeken. Uiteindelijk was ik maar stil gebleven. Het gevolg was dat zij bleef praten en ik zo nu en dan maar wat knikte.

“En toen kreeg ik die staaroperatie en mocht ik ineens zes maanden niet meer achter het stuur,” ging ze verder, “terwijl mijn zicht juist beter was geworden. Snap jij dat nou?”

Geoefend haalde ik mijn schouders op.

Ze keek me even aan.

“Jij zegt ook niet veel,” vond ze, “ben je soms doof of zo?”

Standaard

Dorp

Groot betekent niet noodzakelijk beter. Zonnebloemen zijn niet beter dan viooltjes. Edna Ferber

“Als ik dat van tevoren had geweten, was ik nooit naar dit dorp verhuisd.”

De regen die gestaag op de grote paraplu neerviel verbeterde het gemoed van de man bepaald niet.

“Het is zo’n kleine gemeenschap, zo van ons-kent-ons, maar mij kent niemand of wil niemand kennen. Ik heb hier nooit thuis gehoord en dat zal ook wel nooit gebeuren. Ik vrees nu al de dag dat ik word opgenomen in het oudemannentehuis.”

Hij grinnikte zonder overtuiging en stopte er gelijk maar mee.

“Je kunt er maar beter om lachen,” deed hij, “tenslotte komt aan alles een eind. Huilen helpt geen moer.”

Hij schudde zijn hoofd.

“Ik zou natuurlijk mijn huis kunnen verkopen en ergens anders gaan wonen, maar dat is ook niet echt een optie. Ik heb nu een ton overwaarde, dus ik zou wel gek zijn om niet te blijven.”

“Soms heb je gewoon geen keuze,” mompelde hij.

Standaard

Dino’s

Beproevingen zijn een basis voor succes, mits je er niet aan onderdoor gaat. Brigitte Bardot

Ze trok het meisje een regenjas aan toen het begon te druppelen. Er stonden dinosaurussen op gedrukt.

“Ze is er helemaal weg van,” vertelde ze, “we mochten het museum niet verlaten zonder dat we haar dit jasje kochten. Vertel eens tegen die meneer,” zei ze, “welke dino’s vind je nou het allerleukst?”

Het meisje had niet direct zin in een ontboezeming, zag ik. Ze sloeg de handjes voor haar gezicht en duwde heur hoofd tegen de boezem van de moeder.

“Langnek,” hoorde ik desalniettemin. De moeder knikte.

“Juist ja,” zei ze, “langnek.”

Ze pakte een armpje van het meisje en paste het in een mouw.

“Nu die andere nog,” zei de moeder, “anders word je nat.”

Dociel liet het kind zich aankleden.

“Je wil niet weten hoe ze je daar aankijken wanneer je vertelt dat je niet in de evolutie gelooft,” grinnikte ze.

Ze moest er haar hoofd van schudden.

Standaard

Inpakken

De mooiste gebakjes
zijn niet steeds het lekkerst.
Margaret E. Sangster

Ik had meteen al een hekel aan hem. Zoals hij daar stond, in de rij voor me, met zijn volmaakte lichaam, zijn foutloze kapsel en zijn smetteloze huid. En wat dat eerste betrof: hij droeg ook nog eens een nauwsluitend trainingspak waardoor ik al zijn vormen kon zien.

Hij lachte – natuurlijk, dat had ik ook gedaan als ik hem was geweest. Had ik al verteld dat hij ook nog eens jong was en zijn tanden recht en hagelwit? Dat zag ik dus door die lach.

Hij draaide zich om. Niet naar mij, maar naar de vrouw tussen ons, die haar boodschappen in het mandje van haar rolstoel had gezet.

“Zal ik ze voor u op de band leggen?” vroeg hij met een akelige radiostem.

De vrouw knikte. Vanzelf.

“Heel graag jongeman,” glunderde ze.

Ik draaide mijn hoofd. Straks moet ik helpen inpakken, dacht ik nog. Gelukkig ging kassa zes open.

Standaard

Bloedbanddwanggevoel

Het leven kan geen mislukking zijn zolang je er geen doel aan verbindt. Axel Bouts

Het ging over familie en we liepen allebei leeg.

“Dat idee dat er ooms en tantes kwamen,” spuide ze, “waar je je op moest verheugen – ik kreeg er de rillingen van. Met een verjaardag wist ik niet hoe snel ik naar boven moest sluipen om op mijn kamertje een boek te lezen.”

Dat gebrek aan bloedbanddwanggevoel herkende ik.

“En dan pas naar beneden komen wanneer je afwezigheid werd opgemerkt,” knikte ik.

“Meest pas wanneer de aanhorigen op het punt stonden afscheid te nemen,” grinnikte ze.

“Het waren altijd krampachtige samenkomsten,” wist ik nog, “hoogtijdagen met het hele gezin.”

“Een gruwel,” beaamde ze.

Ik vernauwde mijn ogen.

“Alleen met een uitvaart of zo,” bedacht ik me, “dan zijn de meeste relaties wel te pruimen. Met koffie en cake. Dan zijn ze rustig en op tijd weg.”

Ze bekeek me schamper.

“Dan heb je nog nooit een Turkse begrafenis meegemaakt,” zei ze.

Standaard

Beterschap

Hoe openbaarder, hoe verhulder. Ischa Meijer

“Ze wordt weer sterker,” constateerde ik, nadat Nova met haar nagels mijn handen had opengehaald toen ik haar haar medicijn wilde geven.

“Eigenzinnig,” zei Lief, “is dat niet hoe de dierenarts haar noemde?”

De kat legde haar hoofd op de hand die ze zojuist had aangevallen en kneep haar ogen toe. Volgens mij zag ik een grijns om haar mond. Ze denkt gewonnen te hebben, dacht ik, maar ze had haar pilletje wel doorgeslikt – dacht ik.

“Jullie speelde een-tweetje, toen ze nog klein was,” herinnerde ik me het pingpongballetje dat de twee heen en weer schoten. Lief knikte.

“En verstoppertje,” zei hij. Hij had haar eens laten schrikken achter een deur en sindsdien deed zij dat terug bij hem. Na acht jaar waren dit heugenissen geworden.

We glimlachten allebei.

“Stel je voor dat ze het niet gered had,” zei ik.

We zwegen met een mild behagen. Nova begon te spinnen.

Standaard

Spoor

Niets laat meer sporen na dan een trein. Louis Baret

In de nacht was het licht aangegaan om de mannen – het zijn immers meest mannen – aan het spoor te laten werken. In de ochtend erop wandelde ik langs de afzetting, waar er twee – één met een kijker, de ander met een fotocamera – naar de rails stonden te turen. Ze zagen iets wat ik niet zag of kon zien: ik noteerde alleen een trein en dat kwam me niet zo vreemd voor op die plek.

“Ik moet gaan,” verschrok degene met de camera toen hij op zijn horloge keek, “ik sta dubbel.”

De ander keek nog even door zijn lenzen.

“Tja,” zei die dan, “het is niet anders.”

De cameraman zwaaide half en liep al weg.

“Wacht,” riep de kijkerman. De cameraman draaide zich om.

“Laat je foto’s zien als er iemand bij de parkeerplaats staat,” wees de eerste naar diens toestel, “dan begrijpen ze het wel.”

“Vast,” zei de cameraman.

Standaard

Afwachting

Je kunt heel veel verliezen, in de steek laten of kwijtraken – maar met iemand meeleven is een gewoonte waar je niet een, twee, drie van af bent. Shashi Deshpande

De man stond aan de balie met twee honden aan de jachtlijn – zo’n geslagen riem die mensen gebruiken van een boerderij of doen alsof. In dit geval denk ik dat het echt was, vooral toen zijn vrouw in een kaki korte broek haar hoofd om de deur stak.

“Ik zet alvast een zak brokken in de pick-up,” zei ze. De man knikte zonder haar te zien.

De assistente was intussen iets met hem aan het bespreken, terwijl de honden naast de man op de vloer waren gaan liggen, met tongen als grote roze lappen uit hun bek. Ik kon niet horen wat ze zeiden en het interesseerde me ook niet. Ik wist alleen dat de man in de weg stond. Zo kon ik de spreekkamer niet in de gaten houden waar Lief en Nova waren om haar toestand te bespreken.

Mijn hemel, bad ik, en wist geen woorden meer daarna.

Standaard

Mantel

De toekomst is een verhaal zonder slot, voorlopig eindigt het ergens midden in een zin. Paul de Wispelaere

Vergankelijkheid is als een zware mantel om mijn schouders geslagen. Een groeiend aantal schimmen duwt me met de neus in de eindigheid van alles – een lot dat ik mezelf zo gun, naar uitkijk misschien, maar waar ik, als het om mijn naasten gaat, nooit aan kan wennen.

Een schrijver die niet schrijft hongert zijn ziel uit, hoorde ik pas geleden.

Waar. Heel waar.

Maar elke naam die uit mijn wereld vlood, versterkte mijn essentiële anorexia. En het waren er veel, het laatste jaar.

Het is niet dat ik niet honger – ik honger wel degelijk: ik honger en dorst naar woorden en zinnen, maar het bestek kan ik niet oppakken, of, in mijn geval, de pen.

De leegte heeft me gevuld.

Maar geen zorgen, het komt goed, heus waar, zoals altoos alles goed zal komen – door het einde of een nieuw begin.

Maar laat me me eerst van die mantel ontdoen.

Standaard

Shoot out

De mens hangt zich te drogen aan de waslijn van zijn eigen denken. Wout Vercammen

Het meisje kwam uit de woning tegenover de vrijeschool gehuppeld, op weg naar het andere meisje dat er op het muurtje zat. Halverwege de straat bleef ze staan – maar dat gaf niks, want er kwam toch geen verkeer aan. Een paar tellen bekeken de twee elkaar, als Nobody en Beauregard, voordat het huppelmeisje een paar stappen verder zette naar haar antagonist. Het muurmeisje kauwde op de nadering. Ieder moment kon een stepperoller langs komen geblazen.

“Hoe komt het dat jij er altijd uitziet als een klein dametje?” tartte het muurmeisje.

Het huppelmeisje hoorde het en glimlachte. Uitdagend zette het een stap naar voren.

“Dat komt,” zei ze – en elk woord dat ze sprak was als een zweepslag dat de losgeslagen kudde in toom moest houden, “dat komt, omdat mijn ouders van Zeeland zijn.”

Dan liep ze verder – voldaan en tevreden fluitend, nagekeken door het muurmeisje, onder de klanken van Toots.

Standaard