Gedwaald

Wie de toekomst afgezworen heeft raakt straks óók nog z’n verleden kwijt. Hans Verhagen

Ze droeg een lichtgekleurde regenjas en dito broek met rode sandalen eronder, de vrouw met het parelgrijze haar, die opeens tevoorschijn kwam bij de afvalcontainers.

Ze aarzelde er omheen en drentelde naar de brievenbus die ze uitvoerig onderzocht: eerst de gleuf voor de post met regionale bestemming, even later de andere voor de overige postcodes. Onderwijl wiegde ze een rode draagtas heen en weer.

Dan zag ze me, hoe ik haar bekeek. Ze knikte vriendelijk, maar beschroomd. Ik nikte terug. Ze richtte zich weer op de postopeningen.

Ik begon me zorgen te maken. Wellicht was zij een verdoolde bejaarde, die terecht gekomen was in een vreemde en voor haar gevoel vijandige omgeving, een wereld van waaruit zij de weg terug niet meer wist. Ik moest haar aanspreken en geruststellen.

Maar ik dorst niet.

Dan kwam een auto die voor haar stopte.

Hier had ze dus op gewacht. Niet op mij.

Standaard

Hoegenaamd

Mijn hoogmoed is gekleurd met het purper van mijn schaamte. Jean Genet

Haar tongval verraadde haar herkomst, maar toch twijfelde ik. Dat had ze eerder meegemaakt, verzekerde ze.

“Dan werkte ik al jaren op kantoor hier in Nederland en kwamen er mensen die vroegen naar dat Surinaamse meisje – en nooit wilden ze geloven dat ik dat was.”

Ze grinnikte.

“Alsof alle Surinamers Creolen zijn of Javanen. Je zou ze moeten zien kijken wanneer ze ontdekken dat ik blank ben. Of wit, zoals we tegenwoordig moeten zeggen.”

Om dat laatste moest ze zelf heel hard lachen. Ik daarentegen geraakte stil, gespiegeld als ik hierdoor werd aan de onuitgesproken gedachten die de mijne hadden kunnen zijn.

“Ach ja,” gnuifde ze, “nieuwe tijden, nieuwe namen.”

Ik knikte beamend, daarmee getuigend van de kennelijke nood om begrippen steevast opnieuw te benoemen, gestaag naar de vergleden eisen van de tijdgeest.

“Wit, blank – wat zou het dan?” zei ze, “noem me zoals je wilt, maar noem me Surinaams.”

Standaard

Cool

Wie, wat zijn aard beveelt, verricht, is goed:
De duif zij zacht,
de arend toon’ zijn krachten,
De gal zij bitter, maar de honig zoet.
Jacques Perk

“Ik zweer het je,” zei de jongen, “als hij tien minuten eerder was geweest had hij haar met een ander zien, euh…”

“Zoenen?” gokte de tweede.

“Zoenen is goed,” grinnikte de eerste, “ik wilde bekken zeggen, maar zoenen klinkt netter.”

“Nee!” ging de tweede, “wat een ongelooflijke slet!” Een wenkbrauw van de eerste ging omhoog. De tweede zag het niet.

“Ze is de vriendin van je beste vriend,” ging hij verder, “ik had die gozer meteen op zijn bek geslagen. Heb je kunnen zien wie het was?”

De eerste grinnikte weer.

“Och,” zei hij.

“Nee!” deed de tweede weer, “jij?”

Ze liepen verder. De tweede schudde zijn hoofd.

“Verdomme man,” zei hij, “jij met de vriendin van je beste vriend.”

Hij stopte en greep de eerste bij zijn schouder.

“Ongelooflijk cool, man!” zei hij.

“Thanx,” glom de eerste. De tweede knikte.

“Vet cool,” bekrachtigde hij, “En? Hoe is ze nou?”

Standaard

Verbruid

De bruid draagt wit als symbool van de zuiverheid. De bruidegom draagt zwart. David Frost

“Wat is dat?”

Misprijzend bekeek het bruidje in de auto het aangereikte boeketje bloemen.

“Het was de laatste in de winkel,” zei de man in het trouwpak. Hij haalde zijn schouders er bij op. Het bruidje zuchtte.

“Dat moet dan maar,” zei ze.

De man keek over het autodak heen.

“Wat doe je?” vroeg het bruidje, “Ze wachten op ons. Kom.”

“Heel even,” zei de man, “we moeten toch naar het gemeentehuis?”

“Ja,” zei het bruidje, “en daar moeten we nu zijn.”

De man vernauwde zijn ogen.

“Dat is wel een probleem,” zei hij, “want er staat hier een hek tussen.”

“Wat?” schrok het bruidje. Ze draaide haar hoofd in de richting van haar bestemming. Er stond inderdaad een fikse afrastering.

“Sjees,” zei ze, terwijl ze achterover leunde. Ze smeet het boeket op haar schoot en sloot haar ogen.

“Ik had gewoon naar mijn moeder moeten luisteren,” bad ze verslagen.

Standaard

Feuilleton

Het is goed dat je een droom hebt, vooral als het een droom is die nooit te realiseren is. Andere dromen maken je kapot. Een droom moet je kunnen spelen zonder verbittering. Fernand Auwera

Het meisje rende huilend naar haar vader toe, die even verderop in de straat was. De moeder stond in de deur toe te kijken naar wat een leuk ritje met de step had moeten worden.

De autoped lag nu, onderaan de hellende weg, op de grond met een eenzaam schoentje ernaast.

Het meisje wierp zich jammerend op de stenen, een paar meter voor de voeten van haar vader.

“Ik wil dit nooit meer!” schreide ze.

“Wat wil je niet, liefje?” vroeg de vader, die er meteen was.

“Ik wil dit echt nooit meer!” snikte het meisje nog eens.

“Maar wat dan schatje?” probeerde de vader.

“Echt, echt, echt nooit meer!” brulde het meisje alleen maar. De pogingen van de vader om het te troosten werden met de knuisten afgeweerd.

De moeder keek het aan en vouwde haar armen. Ze fronste even.

“Mijn hemel,” zei ze, “ik heb een cliffhanger gebaard.”

Standaard

Kerstmis

Het huwelijk is een aan twee zijden gedekte weddenschap. John Updike

“Van mij mag de kerst wel weer komen,” bromde de man.

Hoewel er al een storm had geraasd en de zon steeds vroeger verdween, de bladeren bronsden en de temperaturen waren gezakt, was het deze avond nog aangenaam genoeg om een terras te bezoeken.

De man en de vrouw waren aan een tafeltje gaan zitten, hij achter een biertje en zij met een glas witte wijn voor zich.

Ze waren al zo lang bij elkaar dat de te doden tijd allang was verstreken. Dus zaten ze en nipten ze en bekeken zo zwijgzaam de passanten.

Ineens keek de man naar de vrouw en had hij dat gezegd, dat de kerst wel weer mocht komen. Daarna stak hij zijn hand op en bestelde er nog eentje.

De vrouw bleef voor zich uit staren tot een nieuwe pils voor de man werd neergezet.

“Lekker,” zei ze tenslotte. Meer niet.

Dat was voldoende.

Standaard

Teloor

Wie het vermogen bezit de schoonheid te zien, veroudert niet. Franz Kafka

Het was al even geleden dat er om mijn pincode werd gevraagd. De aanwezigheid van de bankpas was meestal voldoende. Als er naar gevraagd werd, zou ik de vier cijfers waarschijnlijk niet meteen weten, maar wel de beweging die mijn vingers maakten om ze in te toetsen. Ik heb gehoord dat er meer zijn die eerder een vorm onthouden dan een reeks.

Er kon daarom niks misgaan – en dus was het afwachten tot het zover was en het onvermijdelijke zou gebeuren.

Vanmorgen brak de kruik.

De betaalautomaat vroeg om mijn sleutel. Bijna tegelijk zag ik het af te rekenen bedrag: in mijn herinnering vielen de beiden boodschappen zowat samen. De verwarring was ontwaakt.

Het beloop van mijn handen en de volgorde van mijn tekens ontschoten mij onmiddellijk – er zat niks anders op dan het toe te geven aan de verkoopster.

Die zuchtte.

“Dat krijg je op die leeftijd,” mompelde ze.

Standaard

Geschoeid

Het leven is een reeks bewegingen van de ene stoel naar de andere. Austin O’Malley

“Kijk,” zei ze, terwijl ze plotseling haar been op het tafelblad legde, “de laarzen van tante Jo.”

Ze liet de voet weer zakken.

“Toen ik er was vroegen ze of ik wat van haar wilde meenemen, dus heb ik de hele auto volgestouwd en toen ik weer naar boven ging, zag ik deze staan. Vind je ze niet mooi?”

De man tegen wie ze het had, was intussen gestopt met eten. Hij zweeg.

“Ze zijn nog wel een beetje krap,” zei ze, “maar dat loop ik er wel uit. Dat is altijd zo met nieuwe schoenen.”

Ze keek even naar beneden.

“Waar ze nu is, heeft ze er toch niks meer aan.” zei ze.

Dan hoorde ze wat ze had gezegd.

“O, wat erg hè!” schaterde ze.

“Alles naar wens?” informeerde de ober die toevallig voorbijkwam. De man wees naar zijn glas.

“Doe mij maar een zwaar bier,” zei hij.

Standaard

Bevredigd

Enkel langs het pad van de nacht kan men de morgenschemering bereiken. Kahlil Gibran

Gelijkmatigheid is een eigenschap die ik soms derf. Zeker wanneer ik anderen bezie, die – ongeacht de ongekende hoeveelheden stupiditeit, agressie en tenenkrommend onbenul waarmee ze worden geconfronteerd – almaar de kalmte bewaren en slechts gewapend met een glimlach zich staande weten te houden.

Dat wil ik ook, dacht ik, dat kan ik ook.

Het moet gezegd, het was een louterende, zen-gevende ervaring, om elke vorm van opkomende irritatie te pareren in stabiel evenwicht. Ik leek onaanraakbaar en zo voelde ik me ook haast.

“Het gaat je goed af,” constateerde een collega. Een compliment dat ik welwillend in ontvangst nam.

Een bezoeker vroeg of ze mocht wachten op de bank achter ons.

“Heel even,” antwoordde de collega, “we hebben nog geen verblijfsfunctie.”

“In N. mag dat wel,” mopperde de bezoeker.

“Dan gaat u toch lekker naar N.” ontviel me.

De bezoeker keek onthutst.

Ik had gefaald. Maar het voelde beter dan zen.

Standaard

Grand battement

Indien wij niets anders dan ledematen hadden, zoals armen en benen, zou het leven wel draaglijk zijn. Marcel Proust

Het openen van de straatcontainer ging nog gewoon met de hand. De jongen legde het afvalpasje op de lezer en draaide de klep omhoog om er de vuilniszak in te plaatsen.

Er was iets aan de handeling dat ik bleef kijken. Misschien omdat het een jongeling betrof die een natuurlijke edelheid bezat die enkel in een wereld van schoonheid en reinheid kon bestaan, waar geen plaats was voor afval of vuilnis.

De jongen deed een kleine stap naar achteren. Hij hief zijn rechterbeen gestrekt omhoog, legde de voet op de rand van de trommel alsof ze een barre was en sloot de lade in een eenvoudig uitziende maar adembenemend elegante beweging. Alsof er een publiek was waarvoor hij het deed, knikte hij met zijn hoofd in een soort van buiging.

Daarna liep hij weer weg, in de richting van het pand van het dansgezelschap, even verderop.

Ineens was alles evident.

Standaard