Niet vrij

Foto: Rick Kewal Gademann
Je ziet je gedachte pas duidelijk als ze in de wereld van een ander weerspiegeld wordt. Louisa May Alcott

Ik ben niet vrij – ik leef.

Ik ben gevangen in een lichaam, beperkt door de zintuigen. Trager dan het licht, zwakker dan de zwaartekracht, een leven lang aan de leiband van de tijd.

Maar meer nog dan in lijf en zinnen ben ik gebreideld door de andere vrijheid: de vrijheid van anderen. Die er ook zijn, evenzo gevangen en beperkt. Net zo begrensd en beknot door wie ze zijn en waar ze zijn. En door hun anderen, zoals ik.

Ik ben niet vrij – er zijn de anderen. En er zullen altoos de anderen zijn, die me, alleen al doordat ze er zijn, beteugelen en bepalen. Zoals ik op mijn beurt weer de anderen beteugel en bepaal. Trager dan het licht, zwakker dan de zwaartekracht.

Ik ben niet vrij – en dat is wat ik vier vandaag: ik ben niet vrij omdat ik leef. Omdat we samen leven. Zodat we samen leven.

Standaard

Vergeet

Zeker mag de droefenis zich niet ophopen in ons hart als het water van een troebele poel. Vincent van Gogh

We hadden het over de oproep om de vrijheid te gedenken. De aansporing had dit jaar een wrange lading gekregen door de herkomst ervan.

“Iemand schreef: Niet naar een terras mogen is niet hetzelfde als naar een concentratiekamp afgevoerd te worden,” hoorde ik.

“Mijn hart doet zeer,” zei ik, “mijn ziel brandt.” Ik probeerde mijn woorden nauwkeurig te formuleren – meer dan ooit was zorgvuldigheid geboden. “Dat deze dag – uitgerekend deze dag, gegijzeld en gekneveld is door de eigentijdse gelijken van hen die ze veroorzaakt hebben, die Madagascar als een geest uit de fles oproepen.”

We waren stil, als opmaat naar de twee minuten van vanavond. Dan herinnerde ik me een citaat dat ik deze dag gelezen had. Derdehands, weliswaar, maar alleszeggend.

Je mag mijn beste vriendje blijven op twee voorwaarden: ten eerste, vergeet dat ik Joods ben en ten tweede, vergeet nooit dat ik Joods ben.

Vergeten, maar nooit vergeten.

Standaard

Vrienden

Je moet aanvaarden dat je soms de duif bent, en soms het standbeeld. Claude Chabrol

“Daar zijn de mannen van de mooie woorden en foto’s,” hoorde ik.

Ik keek op en zag de serveerster met mondmasker en een dienblad aan onze tafel staan. Ze had het kennelijk tegen Lief en mij.

“Ik volg jullie op de voet,” zei ze, “ik kijk elke dag weer uit naar wat jullie nu weer plaatsen.”

Omdat ik tussen haar en Lief zat en omhoog moest kijken, kon ik niet even snel bij hem te rade gaan. Dus glimlachte ik maar, zoals je doet wanneer iemand je openhartig op straat begroet, zonder hem te kennen of tenminste te herkennen.

“Wat leuk,” zei ik als garnituur. Nu was het hoog tijd voor een openbaring, vond ik.

“Willen jullie wat drinken?” vroeg ze, tot mijn opluchting teruggekeerd in haar rol. We bestelden. Toen ze wegliep zocht ik bij Lief.

“Jullie zijn vrienden op Facebook,” hielp hij.

“Echt?” vroeg ik, “gunst, wat leuk.”

Standaard

Pandemonium

De middag weet wat de ochtend nooit kon vermoeden. Cousin Woodman

Zonder voice-over of meeslepende muziek had zich het kennelijke familiedrama voltrokken – voor onze ogen. Tot ze, gehaast iets mompelend, de verbinding had verbroken en de voltallige online-vergadering onwetend werd achtergelaten.

Daarna was het een tijd stil geweest, tot ik haar weer trof, ‘s ochtends, bij de fietsen. Ze begon zich meteen te verontschuldigen.

“Mijn zoontje was naar huis gestuurd, omdat een klasgenootje corona had,” vertelde ze. “We moesten meteen met het hele gezin in quarantaine – en dat terwijl we eigenlijk op het punt hadden gestaan een paar dagen weg te gaan. Toen kwam mijn dochter nog thuis en die raakte helemaal gestrest bij het idee dat ze opnieuw getest moest worden. Dus je begrijpt dat het een pandemonium was bij ons thuis.”

Ik grinnikte.

“Nou, zo leuk was het niet,” protesteerde ze. Ik gebaarde afwerend.

“Nee,” zei ik, “een pandemonium. Tijdens de pandemie. Grappig.”

Ze kon er niet om lachen.

Standaard

Vrijstelling

Het leven is verdeeld in het verschrikkelijke en het miserabele. Woody Allen

Ze was de bus ingelopen zonder mondkapje. De chauffeur had haar laten doorgaan, maar de man die een paar bankjes voor mij zat maakte een opmerking. De vrouw wapperde met een kaartje dat ze, gestoken in een plastic zakje, om haar nek had gehangen.

“Bemoei je met je eigen zaken,” zei ze ontstemd, “ik heb een vrijstelling.”

Ze nam plaats aan de andere kant van het gangpad, nog steeds verbolgen. Ze prevelde onverstaanbare, maar duidelijk verontwaardigde woorden. De man die haar had aangesproken, draaide zich naar haar.

“Mijn excuses,” zei hij, “ik was te snel in mijn oordeel. Hopelijk vergeeft u mij.”

De vrouw reageerde niet echt – dat wil zeggen: ze mopperde nog wel wat verder, tot ze uiteindelijk tot stilstand kwam, als een ouderwetse tweetaktmotor, die nog even doorpruttelde als de benzinetoevoer al was afgesloten.

Bij de volgende halte ging ze eruit.

“Ik heb een vrijstelling,” zei ze nog.

Standaard

Vuurvliegjes

Het leven is een kort ontwaken uit de dood. Wolf de Wit

De tijd was gestopt – dat was wat ik even dacht.

Mijn wekker, de telefoon dus, licht amber op, een kwartier voordat hij afgaat. Om me alvast voorzichtig naar het wakker worden te brengen, denk ik. Hoe dan ook: als ik het merk – en ik merk het meestal – weet ik dat ik nog vijftien minuten heb voor ik de vuurvliegjes hoor. Zo hebben ze het geluid genoemd dat me moet wekken. Vuurvliegjes.

Afijn, wat ik wil zeggen: vanmorgen, nog voor de vuurvliegjes kwamen, ging het licht uit. Geen amber meer. Geen licht meer.

Geen tijd meer, dat was dus wat ik dacht. Alsof alles was opgehouden. Misschien was alles ook wel opgehouden, dacht ik. Er was geen tijd meer en dus ook geen licht. Ik draaide me om.

Ik had de wekker kunnen checken, maar ik draaide me om. Alsof daar nog tijd voor was.

En toen kwamen de vuurvliegjes. Natuurlijk.

Standaard

Bier en spelen

Iemand die gevallen is zoekt gauw iemand anders die er ook ligt,
al was het maar om niet alleen te zijn, alleen met een bezwaard geweten.
Louis Paul Boon

Had ik er niet veel liever tussen willen zitten?

Het leek mij zowel een raadsel als onafwendelijk, dat mensen bij elkaar kwamen, toen de zon ging schijnen, en parken en pleinen bevolkten alsof er niks aan de hand was. Ja: corona. Maar ja: de zon.

Ik had er zeker liever tussen willen zitten – veel liever.

En daarna gingen de terrassen weer open en werd de split in mijn persoonlijkheid alleen maar nog groter. Naar de ene kant was mijn emotie verhuisd en aan deze zijde was mijn verstand alleen achtergebleven. Ik wilde bitterballen en bier en lazarus worden met ons allen, met vrienden die ik al veel te lang veel te kort en veel te keurig had gezien.

Maar ik wist ook van India en van Brazilië en dat de drie miljoenste dode pas kortgeleden was bijgeteld. Nog even doorzetten, wist ik.

Dit ging van zijn leven niet meer goedkomen.

Standaard

Oranje bollen

Elke mens is ongeneeslijk eenzaam, omdat niemand hem echt kent. Fernand Auwera

Ze stopte. Ze had net oranje bollen gehaald bij de supermarkt.

“Wanneer komen jullie eens langs?” vroeg ze, “ik zie zo weinig mensen hier. Waar ik eerder woonde sprak je altijd wel iemand.” Ze zuchtte. “En het was er ook niet zo stil. Het is hier zo stil, vind je niet? Ik word ‘s nachts weleens wakker en dan hoor ik niks. Dat ben ik helemaal niet gewend. Dan sta ik maar op en ga lopen dolen tot ik weer naar bed ga. Soms lig ik er pas tegen zevenen in. Ik word daar zo moe van.”

“Dat is niet zo fijn,” zei ik met een delicaat gevoel van compassie. Ze knikte instemmend.

“Gelukkig ben ik lid van de bibliotheek, dus ik ga dan maar wat lezen,” zei ze, “of ik ga kleuren.”

Ze stapte weer op de fiets.

“Maar komen jullie snel?” zei ze, “Ik heb oranje bollen gehaald.”

Standaard

Verdienste

Vergeet je geschiedenis niet. Als je je eigen historie niet wilt kennen, heb je ook geen recht op de toekomst. Miep Gies

Ik dacht eerst dat hij misschien een taakstraf had opgelegd gekregen, maar toen ik hem een tijdje had bekeken – ik moest toch nog even wachten op de bus – begon ik daaraan te twijfelen. Ik bedoel, hij droeg geen fluorescerend hesje ofzo en de zakken waarin hij het zwerfvuil opruimde, waren gewone, gebruikte plastic boodschappentassen van willekeurige supermarkten.

De man ging langs de straatgoot en veegde er met een handbezem de rotzooi uit. Er kwam nog heel wat vandaan, zag ik wel. Het was niet dat ikzelf zo schuldig was aan het maken van troep in het openbaar – echt niet: ik durf nog geen appelkroos in een perkje te mikken – maar ik kreeg bij het zien van zijn gebogen burgerzin plaatsvervangend schaamrood.

De man ging ondertussen stug door.

Die avond zag ik op het nieuws dat er lintjes van verdienste waren uitgedeeld aan een cabaretière en een glamourfotograaf. Er schuurde iets.

Standaard

Boodschappenhulp

Niemand denkt: veel drukte om niets, als die drukte om hem gaat. Anthony Trollope

Ik wilde haar wel helpen, die vrouw die met een met boodschappen gevuld wankel winkelwagentje voorbijliep, balancerend om niet van de stoep te raken. Als ik zou zeggen dat ze peentjes zweette, overdreef ik waarschijnlijk, maar dat het haar moeite kostte om een rechte weg te gaan, is zeker ongelogen.

Even verderop liep een man, die zo nu en dan stopte om achterom te kijken, voordat hij doorwandelde.

“Moet ik u helpen?” vroeg ik uiteindelijk toch. Ze keek me geeneens aan toen ze antwoordde.

“Helpen?” verbitterde ze, met een stem waarin ik zowel gelatenheid als ingehouden woede meende te horen, “ik heb al hulp. Kijk, daar loopt hij.”

Ze zat niet op een reactie te wachten dus deed ik er het zwijgen toe. Het was al te laat, gezien de reactie die ik ontketend leek.

“Wacht maar tot we weer thuis zijn,” gromde ze, “dan zal ik hem eens helpen.”

Standaard