Kwaltergast

Pessimisten worden nooit teleurgesteld. Maurice Chapelan

Zijn ervaringen hadden hem waarschijnlijk gewaarschuwd – zoveel leek duidelijk toen hij de bibliotheek inkwam en luid zijn beklag deed, tegen niemand in het bijzonder en het universum in het algemeen.

“Overal zijn de wc’s afgesloten of bezet,” zei hij, “zul je zien dat ik hier ook voor een dichte deur kom, nu ik zo’n aandrang heb.”

De deur waaraan hij morde gaf mee en verschafte moeiteloos toegang. De man sloot zich op. Enige tijd later verscheen hij weer.

“Sjees,” zei hij, “staan de computers natuurlijk boven – daar kom ik juist vandaan.” Hij slofte zuchtend naar de lift.

“Ze zullen wel weer kaduuk zijn,” zei hij, terwijl hij voor één van de twee deuren ging staan, “of boordevol.” Hij drukte op de liftknop. Bijna meteen schoof de deur achter hem open. De man draaide zich om naar een lege lift.

“Mooi is dat,” zei hij, “sta ik weer voor de verkeerde.”

Standaard

Gezelligheid

Wat een heerlijke tijd, waarin de een tegen de ander zegt:
Laat ons broeders zijn, of ik vermoord je. Ponce-Denis Ecouchard Lebrun

De twee limonades waren voor moeder en dochter. De zoon had een biertje met een viltje op het glas, tegen de insecten die door de wespenval op het tafeltje ernaast werden aangetrokken. Het zal niet direct de bedoeling zijn geweest van de pizzaboer waar ze zaten.

De goede sfeer wilde er bij het gezinnetje niet echt inkomen. De jongen keek naar zijn glas alsof hij dat het liefst in één teug wilde legen, terwijl zijn zusje en zijn moeder heel hard hun best deden het leuk te hebben achter de flesjes fris.

De zoon stak maar eens een joint op. Het samenzijn leek niet aan hem besteed.

Moeder en dochter blikten naar elkaar, maar zeiden niks. Het zwijgen werd aan dit tafeltje sowieso tot de norm verheven.

Toen de insecten teveel werden gingen ze naar binnen. De jongen keek mij bij het passeren even aan.

“Wat een gezelligheid,” monkelde hij.

Standaard

Kruising

De prijs van langer leven is langer doorgaan. A.J. Cuppen

Er lag een ballon op het kruispunt. Hij was een lichtblauwe, met vage opdruk en een touwtje aan het knoopje. De buitenkant zag er nog strak uit en opgeblazen, alsof hij elke voorbijganger opriep hem op te pakken en mee te nemen.

Dat zag het kind ook, dat met zijn vader kwam aangefietst.

“Kijk,” riep hij uit, “er ligt een ballon op het kruispunt!”

De jongen had naar de ballon gewezen, dacht ik, als hij niet nu al van pure opwinding van de fiets dreigde te vallen.

“Gewoon laten liggen,” oordeelde de vader, “die ballon is vies.”

“Maar papa…” protesteerde het jongetje.

“Hij is vies,” herhaalde de vader, “doorfietsen.”

Als hij het niet al had gekend, had de jongen nu voorzeker de betekenis van bedeesd geleerd. Zo fietste hij verder althans, naast zijn vader. Hij keek nog één keer om.

De ballon was weg, toen ik er even later terugkeerde.

Standaard

Goldene Klänge

Een open geest is de toegangspoort tot de hemel. Gary Barnes

Omdat ze slechter was gaan horen, had Lenie de Egerländer-muziek extra hard gezet. Ik kon aanbellen wat ik wilde, maar niemand deed open. Tegen beter weten in klopte ik ook maar op de deur.

Er was niemand om me te helpen de deur te openen en me binnen te laten. Binnen zat Lenie naar de muziek te luisteren. Ik pakte mijn telefoon.

“Met Lenie,” zei Lenie toen ze opnam.

“Met René,” zei ik.

“Met wie?” vroeg ze. Ik herhaalde mijn naam.

“Wacht even,” zei ze, toen ze me nog steeds niet kon horen, “ik loop even naar de gang, want de muziek staat zo hard.”

Door het glas in de deur zag ik Lenie de kamer uitkomen. Ik klopte nog eens. Ze keek naar de telefoon in haar hand en toen naar mij. Lachend deed ze open.

“Dat is ook toevallig,” zei Lenie, “ik had je net aan de lijn.”

Standaard

Kleur

Mensen komen en gaan, maar hun gedachten blijven waaien rond de aardbol als een onzichtbare wind. A. den Doolaard

“Nou heb ik alles gehad,” hoofdschudde de grijze man, terwijl hij zijn dienblad op de tafel zette. Zijn tafelgenoot haalde meteen de soep ervan af.

“O?” vroeg hij als hij een lepel en een servet pakte, “Hoe dat zo?”

De man ging zitten.

“Dat zal ik zeggen,” zei hij rondkijkend, “Voor mij stonden twee gewone mannen in de rij, zoals jij en ik, zeg maar.”

“Blank,” wist Soepman.

“Wit,” corrigeerde de man. “Afijn, ze spreken Engels met elkaar.”

“Dat gebeurt,” meende Soepman. De andere man knikte.

“Klopt,” zei hij, “maar daarachter stonden er weer twee, maar dan met een kleurtje.”

“Zwart,” zei Soepman. De andere man fronste.

“Vooruit,” deed hij, “en die praatten perfect Nederlands met elkaar.”

“Zo.” vond Soepman. De andere man wiegde zijn hoofd.

“Nou ja, perfect,” zei hij, “je hoorde natuurlijk wel dat ze uit de stad kwamen.” Hij bleef kijken.

“Waar is mijn lepel?” vroeg hij.

Standaard

Overbrugging

Soms camoufleert de twijfel zich in durf en driestheid, maskeert de innerlijke zekerheid zich met pose en grootspraak. Jaak Fontier

“Toen mijn man aankondigde dat hij de triatlon wilde gaan doen, zei ik: Prima schat, maar begrijp wel dat ons sociale leven dan helemaal nul wordt. En je kunt niet van mij verwachten dat ik alle dagen thuisblijf omdat jij zo nodig vijfentwintig uur in de week moet trainen om ergens ver weg wat te kunnen gaan lopen en zwemmen om je jeugd te bewijzen.

“Ik heb toen onmiddellijk het bridgen weer opgepakt – ik had het in geen jaren meer gedaan, maar het was net of ik nooit gestopt was.

“Dus pak ik tegenwoordig onmiddellijk de tablet als ik wakker word. Dan lees ik er eerst het ochtendblad op en daarna ga ik meteen een potje driven. Na een half uurtje ben ik dan wel klaar.”

Ze pakte het blikje olijfolie voor haar op tafel en smeerde twee druppels op haar neusvleugels.

“Ik heb het zo koud, tegenwoordig,” rilde ze.

Standaard

Sambal bij

Als u geblaf hoort in het Chinees restaurant komt het niet uit de keuken, maar van een van de tafels waaraan uw landgenoten zitten. Jan-Willem Overeem

“Je moet tegenwoordig ook uitkijken met de Chinezen,” zei de blonde vrouw terwijl ze wachtte tot ze was bij het afhaalloket.

“Hoezo dat?” vroeg de jongen.

“Ze zijn gevoelig geworden,” verklaarde de vrouw, “je mag geen sambal-bij meer tegen ze zeggen.”

Het was haar beurt en ze deed haar bestelling. Bij de saté stak ze drie vinger omhoog.

“Drie porties,” zei ze en wees naar de vingers, “kijk: een-twee-drie. Drie.”

“Je moet zo uitkijken met wat je zegt, tegenwoordig,” draaide ze daarna naar de jongen, “voor je het weet is er weer iemand beledigd. Iedereen is zo gevoelig, vandaag de dag. Lastig hoor.”

“Dat maakt negenendertig vijftig,” zei het meisje van de kassa. De vrouw gaf twee briefjes van twintig.

“Hou maar,” zei ze toen het meisje vijftig cent wilde teruggeven, “dat is voor de sambal bij.”

Ze sloeg een hand voor haar mond.

“Zei ik het toch,” giechelde ze.

Standaard

Ontvangenis

Je moet niet over de muren willen klimmen, want achter de muren zijn andere muren, altijd blijft er een gevangenis. Je moet ontsnappen over de daken, naar de zon. Nooit zullen ze een muur zetten tussen de zon en de aarde. Bernard-Marie Koltès

Een paardenbloem had zijn vruchtpluis losgelaten; ik zag het naar omhoog zweven, terwijl de taptoe klonk en de stilte nabij was.

Links van het plein was een nieuw huis opgetrokken. De bewoners stonden er voor de geopende ramen, zodat ze niks van de herdenking hoefden te missen.

Aan de andere kant woonden ook mensen. Er waren tenminste woningen. Twee bewoners stonden er op een balkon. Verder zag ik niemand.

Het plein zelf stond vol met mensen.

“We komen op televisie,” fluisterde iemand achter me bij het zien van de camera’s.

Ik had de neiging om mijn telefoon te pakken om te zien hoe lang het nog zou duren – maar ik wist me te beheersen. Ik probeerde de tijd te tellen, maar ook daar had ik geen gevoel voor. Langzaam zag ik de zon achter het monument zakken.

Dan viel de verstomming in. Ik keek omhoog en zag het pluisje stijgen.

Standaard

Greasy spoon

Onze werkelijke behoeften liggen binnen een klein bestek. Winston Churchill

“Ik ken hem ergens van,” peinsde Dageraad toen ze langs Hamburgerjongen liep bij het scheiden van de markt. Ze dorst het hem niet te vragen, dus schoot ik haar te hulp.

“Ze kent jou ergens van,” verried ik haar.

“Nou!” bloosde Dageraad terwijl Hamburgerjongen zich omdraaide. Aan zijn postuur te zien deed hij vast meer dan gehaktschijven bakken alleen. Zijn tanden blonken bij het zien van Dageraad.

“Hey,” zei hij, “kennen wij elkaar?” Dageraad was ongemakkelijk.

“Ik weet het niet zeker,” draalde ze. “Misschien een keer van een date, ofzo?”

Ze sloot haar ogen. Er was misschien al teveel gezegd. Hamburgerjongen kruiste zijn armen en leunde tegen de wagen.

“Een date?” herhaalde hij alsof hij een tandenstoker in zijn kaken had.

“Ofzo,” rondde Dageraad blind af.

Hamburgerjongen bulderde.

“Meisje,” riep hij, “als jij een date met mij had gehad, was je dat echt niet vergeten.”

Daarmee opende Dageraad haar ogen.

Standaard

Krap

Een kunstwerk is nooit immoreel. De perversheid begint waar de kunst ophoudt. Raymond Poincaré

Ik geef toe, ik had de beste plek uitgekozen. Maar, hé, het was stil in de zaak en ik zag geen bezwaar om breeduit te gaan zitten. Bovendien was er nog plek zat.

De dames zagen het anders. Die ene tenminste, die als eerste van de trits haar hoofd om de deur stak en daarna in een rechte lijn op mij afkwam. Ik zette me al schrap.

“Kunt u misschien ergens anders gaan zitten?” vroeg ze, “Wij zijn met ons drieën.”

“Scheer je weg, feeks,” reageerde ik, “er zijn voldoende zitplaatsen in dit etablissement waar u met uw vriendinnen uitgebreid muntthee kunt drinken. Ik was hier het eerst en ben niet van zins uitsluitend voor uw gerief te vertrekken. Opzouten nu!”

Althans – dat hád ik kunnen zeggen. In plaats daarvan raapte ik mijn spullen met mijn vriendelijkste glimlach bij elkaar.

“Natuurlijk,” suikerde ik, als ik opstond, “met alle genoegen, dames.”

Standaard