Voortuintjes

De ware overwinnaar wordt door zijn zege verslagen. Jan Vanspauwen

Niet aleer de vrouw ostentatief bij een schijnbaar willekeurige voortuin stopte om er de fraaie maar niet buitengemeen bijzondere bloemen te bekijken had ik in de gaten dat zij al die tijd voor me had gewandeld. Of liever gezegd: zij had kennelijk de indruk opgevat dat ik haar volgde, zo niet stalkte. Dat zag ik tenminste in haar tersluikse oogopslag toen ik haar passeerde.

Ze vertrouwde me niet.

Ik gunde haar haar achterdocht en liep door.

Meteen daarop hoorde ik twee hakjes mij nakomen – ik vermoedde dat het dezelfde vrouw was, maar ik dorst het niet na te gaan, omdat ik niet wilde omdraaien en haar zo beschamen. Maar zeker weten dat zij het was, deed ik niet.

Bij het volgende stoplicht kan ik stilstaan en kijken, dacht ik, zonder op te vallen.

Het was groen.

Verdorie, dacht ik, terwijl de schoenen achter me doorklikten, waar zijn hier de voortuintjes?

Standaard

Jammer

Het ongeluk heeft een goed geheugen voor vroegere dagen. Anna Louisa Geertruida Bosboom-Toussaint

“Waar keek jij vroeger naar,” vroeg hij, “als kind, bedoel ik.”

Het was meer dan louter nieuwsgierigheid, kreeg ik het idee.

De Kijkkastman,” antwoordde ik. Ik zag dat het een voor hem onbekend programma was.

Whatever,” zei hij, “waar het me om gaat is, dat ik wed dat je dan op tijd voor de buis ging zitten.”

“O ja,” wist ik, “en dan kwam eerst een foto van een vrouw met bloemen en daarna de klok.”

“En de laatste minuut een pingeltje,” knikte hij. Ik knikte mee.

“Een pingeltje, ja,” terugdroomde ik.

“Dat is allemaal weg,” onderbrak hij mijn nostalgie.

“Jij had geduld,” zei hij, “jij zat daar in afwachting,” zei hij. “Nu is alles instant. On demand. ‘Ik wil het en ik wil het nu’,” zei hij.

“Jammer,” zei hij. “Zo ontzettend jammer.”

Ik kon intussen niet wachten om mijn telefoon te pakken en De Kijkkastman terug te zien.

Standaard

Machtig

Jaag vooral niet naar verheffing:
Schoei u met geen purpre brozen:
Laat aan dwazen de ad’laarsvleugels.
Jacob van Lennep

Natuurlijk was de conclusie veels te kort door de bocht – dat wisten we zelf ook wel, ergens – maar dat mensen die wat over andere mensen te zeggen hebben regelmatig zelf als kind gepest zijn, stond voor ons als een paal boven water.

“Ik weet het niet zeker, maar volgens mij draait alles om wraak,” meende J. Hij wees op bepaalde functionarissen die er een bepaald genoegen in schenen te scheppen om bepaalde anderen te corrigeren.

“Dat denk ik tenminste,” voegde hij er veiligheidshalve aan toe. Je moet voorzichtig zijn met je woorden, vandaag de dag. Ik begreep het. Sterker nog: ik herkende het. De toegang tot mijn werk werd al wekenlang bepaald door mijn oordeel over de naleving van de regels. Ik was de poortwachter en mijn stem was wet.

En jongen, wat voelde dat goed!

“Ben jij soms ook gepest als kind?” wilde J. weten.

Ik lachte maar wat.

Standaard

Andiamo

Idealisme kun je je alleen permitteren als je uitzicht hebt op het eeuwig leven. Karel de Gucht
Idealisme kun je je alleen permitteren als je uitzicht hebt op het eeuwig leven. Karel de Gucht

B. vertelde me dat hij zijn vakantie zou doorbrengen op een camping in Lombardije – waar de helft van het aantal corona-doden van heel Italië, de brandhaard van Europa, werd geteld. De hel is een reisbestemming geworden, dacht ik.

“Er wonen vrienden van me daar,” vertelde hij, “en die zeggen dat het er prima te doen is, zolang je maar je verplichte mondkapjes ophoudt. Bovendien is het maar een kleine camping waar we met niemand iets te maken hebben.”

Ik dacht aan de schrijver uit Genua die zowat dagelijks verslag deed van de ramp, zoals hij de hermetisch afgesloten maanden steevast benoemde, en die schreef over de doodsangst die stilaan ingebakken zat in de bevolking van het noorden. Als hij er niet zelf zou wonen zag ik hem de regio voorlopig niet bezoeken, ook niet om de economie te steunen, zoals de lokale politici hardop hoopten.

Gelukkig is B. geen schrijver.

Standaard

Knooppunt

Niemand zou ooit iets nieuws proberen als hij de gevolgen zou kennen. Daarom is elke vooruitgang gebaseerd op foutieve veronderstellingen. Scott Adams

De vrouw bleef midden op het kruispunt staan. Er kwam geen verkeer aan, dus dat ging. De man was schrijlings afgestapt. Dat deed ik vroeger ook, tot ik me was beginnen af te vragen waarom eigenlijk. De man had die fase kennelijk nooit bereikt of was er allang aan voorbij.

Met de fiets tussen zijn benen wandelde hij – soort van – naar het bordje op de hoek aan de overkant. Daar stonden nummers op en pijltjes.

“We moeten vijfentwintig hebben,” riep de vrouw, “staat vijfentwintig erop?”

“Wel tweeënveertig,” zag de man, “kunnen we tweeënveertig niet doen?”

De vrouw haalde er een papiertje bij.

“Nee, hier staat echt vijfentwintig. Weet je zeker dat vijfentwintig er niet op staat?”

“Ik zie alleen tweeënveertig.”

“Je moet beter kijken. Er moet vijfentwintig staan. Aan de andere kant misschien?”

De man keek niet.

“O ja,” zei hij, “vijfentwintig. Hier staat het. Je hebt gelijk. Kom je?”

Standaard

Gunst

We hebben ze blijkbaar nodig, joden en heidenen en melaatsen en zwervers opdat we hen familie van de duivel kunnen noemen, zodat we des te beter weten dat wij, ja wij, het volk van God zijn. Hoe zou je dat anders kunnen beseffen dan door deze verschoppelingen buiten te sluiten? Jacques Kruithof

In mijn bevoorrechte wereld bestonden geen daklozen of junks.

Voor R. lag dat heel anders. Ze leerde als kind al om de spuiten op de weg naar school te laten liggen. Later ontdekte ze dat de verstoten gebruikers – het waren bijna altijd mannen – een belangrijk deel van haar opvoeding hadden gevormd.

“Mijn vader reed door de straten in zijn grote auto en draaide het raampje open als hij zo’n jongen passeerde. ‘Heb jij mijn dochter soms gezien?’ vroeg hij dan. Zo kwam hij er iedere keer weer achter waar ik uithing. ‘Ik weet wel waar je was, meisje,’ zei hij later wanneer ik thuiskwam en als ik daarna verbaasd keek, grijnsde hij en zei: ‘Nooit vergeten, je papa ziet altijd alles.’ Wist ik veel dat hij ze een paar guldens toestopte om me steeds in de gaten te houden.”

R. glimlachte doorheen haar herinneringen. Privileges bestaan blijkbaar in vele vormen.

Standaard

Verspanen

Foto: Rick Kewal Gademann
Mensen zijn zoals het graan uit de aarde. Graan is hard en grof, maar je kan er het fijnste brood mee kneden. Rainer Herpel

Net wat ik dacht: ze waren op vakantie geweest, onze buren met hun kampeerwagen – en nu, na een weekje, waren ze alweer terug.

Het opruimen ging allemaal heel piano aan, waarbij ik eerlijk gezegd de indruk kreeg dat het terloopse tempo meer in de aard van het paar gebakken zat dan dat het een residu was van het reces.

“Ze hadden nog over,” constateerde Lief toen de vrouw een halve zak aardappels terug het huis in bracht. Ik werd afgeleid door wat de man de camper uitdroeg. Lief zag het ook.

“Allemachtig,” ontviel ons tegelijkertijd bij het zien van de peddels onder zijn armen.

“Ik had ze hooguit in een klapstoel op de camping zien zitten,” beleed ik.

“Maar ze zijn gaan kanoën,” bevond Lief.

“Of nog erger,” waande ik.

De trage tred van de twee resoneerde in een vaag vermoeden van vermetelheid. We bestaarden het stel ineens geheel anders.

Standaard

Vreselijk

Foto: Rick Kewal Gademann
Het leven is als vijftien druppels Courteline in een glas Beckett. Bernard Seulsten

“We hebben er ruim vijf uur over gedaan,” ontluchtte de dame, “Onderweg hebben we het restaurant maar gebeld dat het later werd en tegen achten hebben we uiteindelijk geannuleerd. Pas om tien uur waren we thuis, al helemaal over de honger heen.”

Maar ze herinnerde zich een nog groter drama.

“Ik moest zo ontzettend plassen!” vertrouwde ze me toe. “Mannen kunnen overal, maar ik heb echt moeten uitzien naar wat bosjes langs de kant van de weg. Wat een opluchting, toen ik uiteindelijk even de auto uit kon om te hurken.”

Zo zei ze het.

“Mijn zus moest ook,” fluisterde ze nu, “maar die is slecht ter been en kon zich daar nergens aan vasthouden. Die bosjes geven geen greep.”

Terugdenkend moest ze erom grinniken.

“Haar blaas barstte zowat,” zei ze, “Afschuwelijk toch?”

Ze schrok van haar eigen vrolijkheid.

“Wat ben ik toch eigenlijk een vreselijk mens, hè?” zei ze.

Standaard

Gelijmd

elke graankorrel die barst
is een veld vol aren
Erik van Ruysbeek

Met een zekere ingehouden fierheid toonde ze me het boekje.

“Frieda was mijn vriendin,” zei ze. “We kenden elkaar van de Liberaal Joodse Gemeente in Amsterdam. Ze was net zo Joods als ik.”

De biografie ging over een jong meisje dat naar Auschwitz werd gedeporteerd en overleefde dankzij de heimelijke voedselverstrekking door haar moeder en die van Anne en Margot, die samen met haar in de ziekenbarak lagen.

“De familie van mijn man is ook grotendeels vermoord,” vertelde de vrouw.

“En de uwe?” wilde ik weten. Ik had de impertentie van de vraag nog niet meteen door. Dat de vrouw aarzelde te antwoorden, zag ik wel.

“Iedereen heeft het overleefd,” zei ze beheerst.

“Dan heeft u geluk gehad,” waagde ik voordat ik het begreep. Haar ogen vertelden me dat in een wereld vol slachtoffers iedereen getroffen is, ook al ben je het niet.

“Er is geen geluk,” verstilde de vrouw.

Standaard

Twintig procent

De mens van vandaag wordt koest gehouden volgens het milieu, met klaverjassen of bridge. We zijn wonderlijk goed gecastreerd. Zo zijn we dan eindelijk vrij. Men heeft ons armen en benen afgesneden en vervolgens vrijgelaten om te lopen. Antoine de Saint-Exupéry

“Ik draai nog maar twintig procent van de omzet van voor de crisis,” zei hij, “en dat is dus vanaf dat het terras weer open mocht en de gasten opnieuw konden reserveren. Voor die tijd was het nul.”

Ik had een knak in zijn stem verwacht, waarna hij het laatste woord als een hedendaagse Ko van Dijk had herhaald, maar hij klonk gelaten, met de ongure rust van iemand die weet gedaan te hebben wat hij kon doen en nu het vervolg moest overlaten aan God, het lot of het toeval – wie van hen ook de regie zou overnemen.

“Je kunt hier niemand de schuld van geven,” zei hij, terwijl de gebruikelijke verdachten langs zijn oog leken te trekken.

Hij zuchtte – de eerste emotie.

“Ik denk dat ik er een baantje bij moet nemen,” zei hij. Daarna overwon hij in stilte zijn schroom. “Weet jij nog wat?” vroeg hij tenslotte.

Standaard