In Genua

Het enige dat niet bij meerderheid van stemmen te regelen valt is het geweten. Harper Lee

Het kan altijd erger.

Dat is wat ik dacht dat ik moest denken bij het lezen van de reeks verslagen van die schrijver in Genua, die meldde dat hij – hoewel opgesloten binnen zijn eigen muren – toch zijn rokkostuum had klaargelegd voor het avondmaal dat hij later die dag met zijn vriendin tot zich ging nemen. Decorum is relevant.

In Genua, nota bene.

Het toeval wilde dat ik net zijn magnum opus uithad voordat ik zijn laatste bijdrage zag. Het was alsof de tijden voor en na de crisis ineens haarscherp werden afgebakend. Er was geen overgang – althans geen duidelijk waarneembare.

De Hoogmoedige is gedwee geworden, zo las ik, met zwijgende ambulances door doodse straten. Met enige bitterheid vermoedde ik dat dit ook voor de Genoeglijkste gold, al zijn de verloren zielen hier nog niet zo talrijk als daarginds. Maar wie weet wat ons te wachten staat?

Het kan altijd erger.

Standaard

Chocolade

Ziekte is altijd tegelijk een waarschuwing en een krachtproef. Franz Kafka

Na een groot deel van de dag geschreven te hebben en films gezien en daardoor verstoken te zijn gebleven van nieuws en journaals, kon ik mezelf zowat wijsmaken dat het allemaal een boze droom was, tot ik de straat op ging voor een dringende boodschap.

Ik moest chocolade.

De weg was leeg – alleen de gelige verlichting spoelde over de tegels en het asfalt. Ik waande me in een film noir. Slechts Bernard Herrmanns sax ontbrak.

In de buurtsuper werd me een gedesinfecteerd winkelmandje door zwarte latex-handschoenen aangereikt. Het personeel droeg oranje hesjes die tot afstand maanden en waarschuwden voor elkaar.

Het was geen boze droom.

Het was rustig in de buurtsuper. Wat moest iemand ook nog hier, om deze tijd? Alleen bij het chocoladerek stonden twee medewerkers te praten. Ik wachtte.

Ze verontschuldigden zich toen ze me zagen en maakten zich uit de voeten.

Mijn god, wat moest ik chocolade.

Standaard

Voorziening

Je kunt je leven nu eenmaal niet leven en overdenken tegelijk. Inzicht is een luxe die je je pas kunt veroorloven als je geen vooruitzicht meer hebt om je mee bezig te houden. Arthur Japin

Het stempel Visioen was intussen vervaald naar Droom, maar ik vermoedde ten sterkste dat Lief de benaming mijnentwille had bijgesteld.

Hij had gezien, gedroomd dus, dat hij aan mijn graf stond.

Mijn kanttekening dat dit mogelijk een vertaling van zijn vrees was en dat, statistisch gesproken, het nog een aantal jaren zou duren vooraleer het zover was, viel op schrale grond.

Uiteindelijk greep ik mijn toevlucht tot mijn eigen bovennatuurlijke ervaring.

“Herinner je je die waarzegger die mij, lang voor ik je kende, een foto van jou had gegeven?” Lief knikte niet, maar luisterde met een bepaald wantrouwen. “Welnu,” vervolgde ik evenwel, “zij had ook gezien dat ik zeker tachtig zou worden.” Een leeftijd die, bij nader inzien, dezer dagen geeneens de boeken zou halen, maar dat terzijde.

Nu leek ik Lief geraakt te hebben. Hij vouwde in elk geval zijn handen.

“Je moet toch niet alles geloven.” verzuchtte hij.

Standaard

Verzoeking

Slechts wie in niets gelooft is tot alle offers in staat. Fernand Auwera

Het lijken bijbelse tijden, om de term apocalyptisch maar te ontwijken. Wie neemt het me dan kwalijk dat, toen ik voor de deuren van een kerk een winkelwagenmuntje vond, ik besloot er in de kapel een offerlicht mee te kopen om voor mijn zieleheil en vooral gemoedsrust te branden.

Maria was afwezig, las ik, er werd klein onderhoud aan haar gepleegd. Haar absentie vermocht in geen geval mijn behoefte hier te zijn.

Op de bank, voor het kaarsenrek, probeerde ik een gebed te formuleren – maar de woorden bleven haken. In plaats daarvan staarde ik naar de talrijke vlammetjes. Er waren er blijkbaar meer geweest met gelijke aandrang.

Toen ik de bank uiteindelijk verliet, zag ik een dame bij de ingang, mogelijk wachtend op mijn vertrek. Ze bleef echter staan en belemmerde mijn uitgang.

Ineens brak er een gebed in mij open, als een kloppende karbonkel.

Goddank was Maria niet thuis.

Standaard

Werther

Waar is een sleutel goed voor als er geen slot is? Georges Perros

Ik deed wat ik het beste kan: somberen. Zag ik doorgaans de zon al achter de westereinder zakken nog voordat hij goed en wel vanuit de oostkim was opgeklommen, nu leek de hele wereld in een rouwkleed omfloerst en hoefde ik me daar niet eens toe te zetten.

De treurnis was onvermijdelijk en alom. Ik baadde me in haar als Cleopatra in de ezelinnenmelk, maar dan was ik eerder de in zijn zwarte gal gedrenkte jonge Werther.

Ik herinnerde me de elfde september, die – na de negende november, toen de poorten van de euforie zich openden – ons voor de drempel van de hel had gebracht. Ik deelde mijn mineur met Lief.

“We zijn getrouwd op elf september,” zei hij bedachtzaam.

Het was waar. We hadden die dag gekozen om er de betekenis van te veranderen. Zijn constatering bracht me terug in de voorjaarszon aan de strakblauwe lucht.

Voorlopig dan toch.

Standaard

Argwaan en schuld

Wie nooit de afstand heeft gekend waardoor iemand zich gescheiden kan voelen van wat hem overkomt, weet niet wat lange afstanden eigenlijk zijn. Lidy van Marissing

We gingen nog slechts op gepaste afstand van De Anderen naar buiten. Zij waren immers gevaarlijk, mogelijk fataal, dodelijk zelfs. Maar hoewel we alle maatregelen die ons waren voorgelegd minutieus opvolgden, kon dit niet voorkomen dat ik verzonk in een diepe poel van schuldgevoel.

Waar Dostojevski’s Raskolnikov nog een dubbele moord had gepleegd die zijn plagende geweten verklaarde, bestonden mijn dwalingen uit niet meer dan een wandeling in de buitenlucht en een boodschap in de supermarkt.

De normen hadden zich blijkbaar razendsnel aangepast aan deze tijden van opgelegde isolatie.

Als ik De Anderen al niet kon vertrouwen en mezelf zowat onwaardig achtte voort te gaan – wat was dan nog eigenlijk de zin van dit bestaan?

Het Einde wachtte niet om de hoek, realiseerde ik me, met zijn kille zeis en zwarte kap, maar huisde al die tijd al in mij.

Ik kon er niks aan doen, ik moest naar buiten.

Standaard

Afstandelijk

Zonder tegenwind stijgt geen vlieger op. Marijke Lingsma

Vooralsnog waren we niet beperkt tot ons huis, dus wandelden we – zoals zovelen – door straten en parken. De overheid had een alarm doen uitgaan en iedereen zekerheidshalve gesommeerd tenminste anderhalve meter ruimte tot elkaar in acht te nemen.

Niet iedereen hield zich aan deze richtlijnen door midden op de paden te blijven lopen – maar een groot aantal knikte met begrip en verbinding wanneer men ons zag uitwijken en deed zelf evenzo een stap opzij. De opgelegde kloof smeedde vreemd genoeg een onzichtbare band.

“Het lijkt wel alsof we steeds dichter tot elkaar komen,” fluisterde ik tot Lief.

Hij knikte en wilde, gelijk met mij, de buurtsuper inlopen. Tussen de schuifdeuren verscheen daar ineens een gekende zwerveling.

“Heeft u misschien een euro?” vroeg hij beleefd, maar op nog geen el van me vandaan. Ik verschrok.

“Nee!” beet ik hem toe.

Als ik hem voorbij vluchtte zag ik voor altijd zijn ogen.

Standaard

Geïsoleerd

Als het ver weg gebeurt, is het nieuws; als het dichtbij gebeurt is het sociologie. James Reston

Haar achtergrond was behangen met Duitse schlagers.

“Wanneer kom je weer eens langs?” vroeg Lenie eroverheen. Ik moest haar vertellen dat dat er voorlopig niet inzat.

“Dat is waar ook,” herinnerde ze zich, “jullie mogen vandaag het huis niet uit. En morgen dan?”

Zoals zoveel mensen van haar generatie zouden doen reageerde ze gelaten toen ze hoorde dat ik nog geen idee had wanneer ik weer op bezoek kon komen. Men is vaak al vergroeid met tegenslag, dat een vast element van het leven is geworden. Het mopperende Het zal weer eens niet is voor vast ingewisseld met het lijdzame Het is niet anders.

“Ach ja,” zei ze, “ik heb in elk geval de muziek nog. Hoor je het?”

Ze richtte de telefoon op de luidspreker. Het duurde maar even voordat ze de hoorn weer naar haar mond bracht.

“Mooi hè?” zei ze. “Zo kom ik de ochtend wel door.”

Standaard

Vergrendeld

De natuur doet niets zonder doel. Aristoteles

Voor de mensen uit de toekomst: in deze tijd was het land vergrendeld. Winkels en bedrijven waren gesloten en gepaste afstand werd aangeraden om het aantal zieken en doden te beperken.

De treinen reden nog wel.

Lief en ik reisden naar Z. om er te wandelen over de dijken en langs de wielen: een vooralsnog onschuldig tijdverdrijf, dachten we.

Het was stil, waar het stil moest zijn. Met wat verbeeldingskracht zou je kunnen bedenken dat de natuur nog in ruste was en stilaan zou ontwaken om het allemaal opnieuw te doen.

Lief greep mijn hand.

“Als dit dan toch het einde zou zijn, dan heb ik het met jou beleefd,” zei hij, “ik had niks anders gewild.”

Dat waren de woorden die hij sprak, al kende ik ze al voor ik ze hoorde. Maar dat wist u waarschijnlijk al, mensen uit de toekomst.

Standaard

Ontsmet

Door haar blaadjes te plukken vergaar je de schoonheid van de bloem niet. Rabindranâth Tagore

“Het is desinfectie,” begon de man, die ik vaag kende. Ik begreep niet meteen waar hij het over had, maar hij nam goddank de moeite het aan me uit te leggen.

“Hoe lang kennen wij elkaar?” vervolgde hij – ik had eerlijk gezegd geen idee: mij stond geeneens een eerste ontmoeting van ons bij omdat we, zoals ik al zei, een tamelijk beloken relatie onderhielden. Ik moest hem het antwoord schuldig blijven, maar dat gaf niet, hij kwam er al zelf mee.

“Vijf, zes jaar,” antwoordde hij, “en er is veel gebeurd in die tijd. De liefde kwam, ik ben verhuisd, getrouwd en afgekickt van de drankzucht.”

De laatste mededeling kwam nogal plompverloren.

“Zo,” zei ik slechts.

“Dus denk vooral niet dat ik weer teruggevallen ben,” zei de man, “het is desinfectie.” Ik begreep hem nog steeds niet. Hij zuchtte.

“De alcohol die je ruikt,” benadrukte hij, “dat is pure desinfectie.”

Standaard