Nescio

Er zijn sommige dingen die ik opschrijf en die ik niet hardop zou durven zeggen. Paul Léautaud

“Voor wie mag het zijn?”

Ik mocht signeren. In elk boek dat ik aangereikt kreeg probeerde ik iets persoonlijks te schrijven. Maar meestal bleef het bij een vluchtige variatie op het voorgaande, als de tijd ontoereikend leek. Ik keek op naar de lezer.

De man die voor mij aan het tafeltje stond en mijn boek had gekocht leek bekend. Hij glimlachte ook als een bekende. Maar dan waren er veel in die klasse in te delen, die dag, zo had ik gemerkt.

“Voor mij, natuurlijk,” zei de man.

Ik glimlachte terug.

“Maar natuurlijk,” antwoordde ik. Intussen rolde ik gejaagd door mijn geheugen, om me te herinneren waar ik hem van kende en vooral: hoe hij heette.

Ik pakte mijn pen.

“Hij is leeg,” zei ik, “wacht even.”

Ik liep naar opzij waar Lief stond die iedereen wist, intussen wakend dat mijn glimlach niet verdween.

“Wie is die man?” fluisterde ik.

Standaard

Jelle enzo

Wie werkelijk bemint is niet de aansteker van het vuur, maar de hoeder ervan. Carlos Fisas

Voordat ik ze voorbij liep dacht ik al dat ze vader en dochter zouden kunnen zijn. Om zeker te wezen, bleef ik even voor ze lopen, zodat ik ze kon horen. Ik ben een luisteraar, zoals je weet, een afhoorder, zo je wilt – het maakt mij niet zoveel uit.

Hoewel de vader niet echt iets zei, moest hij vast grijnzen achter mijn rug, terwijl zijn dochter over haar school begon te vertellen.

“Dan heb je Jelle,” zei ze, “en Pelle en Daniël die rookt – die noemen we Van Nelle.”

De stem van het meisje was heel serieus. Zelfs nog daarna.

“Die Jelle is een felle en Pelle niet zo’n snelle,” vervolgde ze strak. In de stilte die erop volgde bereidde ze haar slotzin voor.

“Met Van Nelle is niks mis,” zei ze, “maar die heet dan ook Daniël.”

Ik stapte door.

“Hij heeft alleen stom haar,” hoorde ik nog net.

Standaard

Nooit meer drie

Een man verandert liever het uitzicht van de wereld, dan zijn eigen gewoonten. Eleonora Duse

Het was bijna misgegaan, maar ik reageerde nog net op tijd, maar zeer beslist.

“Nee,” stelde ik, met dat ik mijn handen omhoog stak ten teken van volledige overgave, “wat mij betreft nooit meer drie.”

Het gebaar was weliswaar van een tegengestelde stelligheid, maar niettemin kwam de boodschap over. De aangesprokene reageerde verbaasd, zij het onverweerd. Traag knikte ze bij het neerlaten van haar armen.

“Nooit meer drie,” herhaalde ze.

Op dat moment realiseerde ik me dat ik het zou moeten zijn die verbaasd had te wezen. Twee jaar lang had ieder die het zeggen kon verteld dat de drietrapszoen passé was en – de hemel zij dank! – nooit meer terug zou komen. En nu, bij de eerste de beste gelegenheid dreigde alles voor niets te zijn geweest. Virgillius zou er zijn huiver van hebben gesproken.

Toch glimlachte ik.

“Nooit meer drie,” zei ik.

Uiteindelijk zou het goede overwinnen, vertrouwde ik.

Standaard

Madonna

Eén van de deugden van propaganda is dat het eenvoudig te begrijpen is. David S. Brown

Ik weet niet hoe, maar ik zag dat het Oekraïners waren. Misschien interpreteerde ik hun uiterlijk als typisch Slavisch, of was ik behept met de zoveelste vooroordelen en kenschetste ik ze dusdanig omdat ze allebei wat gedrongen waren en hij een boerenpet ophad en zij een bloemetjesjurk droeg zoals mijn oma die ooit aanhad, maar hoe dan ook, ze stapten om me af.

“Madonna?” vroeg de man. Ik bleef er even van staan.

“Pardon?” zei ik. De man fronste en zette zijn lippen aan tot betere articulatie.

“Madonna!” gaf hij me dan.

De vrouw zag dat ik er niks van kon maken – ik moet ook niet al te helder hebben gekeken. Ze schoot ons te hulp.

“McDonald’s,” bracht ze.

De man knikte. Hij grijnsde opgelucht.

“McDonald’s!” herhaalde hij luid.

“Ah!” kreet ik, “McDonald’s!”

Nu knikten ze allebei opgetogen.

Ze hadden geluk: het was niet ver. Oekraïne was verder.

Standaard

Meneer Rico in je brievenbus

Meneer Rico is uit! En jij kunt nu alles lezen over de gesjeesde theologiestudent François, het eendags-slagersmeisje Rika, de beide meneren Gustav en nog veel meer personen die de raadselen van de estiatografie proberen te doorgronden.

Klik hier voor meer informatie en lees alles over hoe je mijn boek bij je thuis bezorgd kunt krijgen.

Ik zal het zelfs voor je signeren, als je dat wilt. Of niet, als je dat beter lijkt.

Standaard

Kennismaking

Het leven geheel onbegrijpelijk vinden is één van de kenmerken van intelligentie.quote end
Auteur: Henri-Louis Bergson

Het was een merkwaardige manier van kennismaken, maar door de pandemie waren we al twee jaar niet meer echt bij elkaar geweest. Vandaar dus dat, nu we weer met zijn allen in één ruimte waren, een aantal collega’s zich ging voorstellen, ook al wisten we intussen allemaal wie ze waren. Dat en de opwinding van de eerste lijfelijke bijeenkomst in al die tijd leidde tot een giechelig geroezemoes.

Ook T. kwam aan de beurt. Ze liep naar voren, zodat we haar allemaal goed konden verstaan.

Wat ik al zei, ze was niet nieuw. Ik kende haar al jaren. Ze sprak zes talen, wist ik, was leergraag en steeds blijhartig. Meestal, althans, maar vandaag niet.

Ze zei haar naam.

“Ik ben T.,” zei ze, “ik kom uit Rusland.” Het rondzoemen luwde prompt.

Er kwam een aarzelende glimlach op haar gezicht, als een aangekondigde verontschuldiging.

“Het spijt me,” zei ze neergeslagen.

Standaard

Natte sokken

Hij is met zijn boter in het gat gevallen. Bobb Bern

De kapper – voor barbier was hij te goedkoop – had corona gehad. Gelukkig tijdens de beperkingen, toen zijn zaak toch al dicht was. Het had niet veel indruk op hem gemaakt.

“Alsof ik griep had,” zei hij, “zo voelde ik me. Je weet wel, hoofdpijn, spierpijn, de hele dag moe.” Hij trok zijn lippen op. “Het viel best mee.”

Maar daarmee was niet alles gezegd.

“Ik was mijn smaak kwijt,” zei hij, “mijn smaak en mijn reuk.” Hij bekeek me in de spiegel en maakte een wegwerpgebaar met zijn kam. “Maar die kwamen na een tijdje weer terug.”

Nou gingen zijn schouders omhoog.

“Dat proeven miste ik nog niet zo,” zei hij, “eten interesseert me toch niet echt, maar dat ruiken!”

Hij trok zijn mond al hoofdknikkend tot een tuit.

“De sigaretten smaakten naar natte sokken,” zei hij – en nu hoorde ik een diepe zucht – “er was geen lol meer aan.”

Standaard

Dozijn

Denkend aan België zie ik rivieren
hoogwaardig bier door Vlaamse kelen gaan.
Ik zie brouwerijen welig tieren:
daar gist en schuimt het versgeoogste graan.
Jos Versteegen

Ongerekend zijn dopneus, zou hij, in lijnen gevat, op Lambik gelijken, diens voorkeur voor een pintje incluis.

“Maar nu even niet,” knikte hij naar zijn glas bruis, om meteen daarop uitleg daarover te doen. “Ik kan het niet meer velen,” zei hij, “niet zoals dat vroeg was, tenminste. Toen begon ik pas bij tien – nu zijn er dagen dat een dozijn mijn top is.”

Ik had gedacht dat hij er triest van was of dan toch weemoedig bij zou kijken, maar dat leek geenszins het geval. Het was zoals het was.

Hij haalde zijn schouders op.

“Het zal nu zijn dat ik misschien nog één keer in de week goed dronken word,” stelde hij vast. Hij hief zijn water. “En verder moet ik me behelpen.”

Hij staarde eindeloos over het lege kruispunt. Van alle kanten kwam er niemand aan.

“Ach,” sprak hij dan, “een dozijn is zo slecht nog niet.”

Standaard

Op zoek

“Te laat” is de grote doodsklok van de geschiedenis. Rudolf Augstein

Hij wist niet waar zijn ouders waren, vertelde hij, en daarom ging hij naar het museum.

“Niet dat ik denk dat ik daar antwoorden krijg,” zei hij, “maar mijn zoon misschien wel. Hij is op zoek naar zijn opa.”

Die was onthoofd, zoveel was duidelijk.

“En mijn moeder ook,” zei de man, “door de Jappen. Maar ik weet niet waarom.”

Dat stak hem nog het meest, zag ik. Zijn vader, dat begreep hij nog wel, ergens. Die was tenslotte een Hollander. Maar zij?

“Zij niet,” schudde hij, “ze had niets gedaan.”

Maar dat was niet alles.

“Ik weet niet eens waar ze begraven zijn,” zei hij, “alleen dat hij in het KNIL zat. Maar niet waar hij ligt. Of mijn moeder.”

En nu ging hij dan naar de tentoonstelling.

“Ik zal geen antwoorden meer krijgen,” zei hij, “dat verwacht ik niet. Maar mijn zoon – wie weet. Hij is op zoek.”

Standaard

Modder

Spreken is zilver, zwijgen is goud, blijven zwijgen modder. Piet Theys

Ik wilde niet. Ik wilde heel veel niet.

Allereerst wilde ik geen uitnodiging krijgen voor een feestje met een ongekend aantal gasten. En ik wilde hierover al helemaal niet in discussie gaan omdat er volgens mij niks meer te duiden viel. Maar ik wilde ook niet voor anderen denken.

Dus zei ik maar niks toen er iemand meldde toch te zullen gaan.

“We houden afstand,” verzachtte ze, en: “het is buiten.”

Vast, dacht ik, maar daar ging het niet om. En waar het wel om ging wilde ik niet meer uitleggen.

Maar ik dacht wel.

Aan de gastvrouw van dat feestje die corona een complot meende. Die Black Lives Matter geënsceneerd dacht. Die Joden achter dit alles wist. En nog meer, en nog meer. En dat alles toch nog liefde durfde te noemen.

Die afstand houden kan nooit toereikend zijn, dacht ik.

Want daarbij gezien worden – dat wilde ik niet.

Standaard