Volledig

Ledigheid is de slaap van de geest. Marquis de Vauvenargues

Ik lag te bedenken hoe ik mijn traagheid betekenis kon geven, maar doezelde telkens weg voor ik een antwoord had gevonden.

Er was genoeg te doen en het belangrijkste instrument ervoor – tijd – was ruimschoots beschikbaar.

De wastafel mocht een beurt hebben en, nu ik eraan dacht, was de hele badkamer wel aan een reiniging toe. De boeken konden opgeruimd en de kookplaat geboend. En dan waren er vast nog andere taken die ik op me zou kunnen nemen.

En zo niet, dan was een wandeling een uitstekend idee. Ik woon bijkans midden in de bossen en de mooiste parken omzomen mijn woongebied. Zuurstof biedt weerstand en frisse lucht verheldert, dat is algemeen bekend.

Ik opende mijn ogen.

De zon scheen in mijn gezicht en op dat van Nova, die haar gemak had gevonden op mijn borst.

Zij leert mij genieten van het moment, dacht ik tegen mezelf.

Ik was tevreden.

Standaard

Dubito ergo sum

Wat houdt ons vast op deze globe, buiten de zwaartekracht? Stanislaw Jerzy Lec

“Ik begrijp het niet,” zei ik, “je hebt geleerd en bent wetenschapper – hoe kun je dan gelovig zijn?”

En liberaal en homoseksueel,” schreef hij supplementair, “en als eerste bereid om te verklaren dat hij het niet weet. Maar is dat niet tevens de kern van alle wetenschap?”

“Niet weten?”

“Twijfel,” antwoordde hij, “de oorsprong van de nieuwsgierigheid waar kennis uit wordt geboren.”

“Dat mag zijn,” gaf ik toe, “maar dat verklaart je geloof nog niet. Agnosticisme had ik me kunnen voorstellen. Laat onzekerheid je Heer zijn.”

“Een ware gelovige twijfelt ook,” repliceerde hij, “vandaar de benaming. Wie alles zeker denkt te weten zal niet werkelijk onderzoeken en nooit tot ontdekkingen komen.”

Ik dacht na.

“Ze hebben intussen wel de luidste stem,” meende ik, “zij die alles denken te weten.”

“Dat klopt inderdaad,” zei hij met een opgetrokken verzuchting, “maar niets overschreeuwt mijn onwetendheid.”

En dan, zachter: “of mijn geloof.”

Standaard

Uitgepakt

Het geschenk geluk behoort toe aan degenen die het uitpakken. Andrea Dunbar

“Ik heb eens zitten rekenen,” zei ik, “en ik ben tot op heden al twaalf keer verhuisd. Twaalf keer.”

Lief keek me aan. Hij wist dat ik nog niet klaar was.

“En al die keren,” ging ik verder, zonder hierop acht te slaan, “zag ik torenhoog op tegen de verhuizing. Net als met de dood,” kwam erachteraan, “daar ben ik niet bang voor – maar wel voor de Grote Verhuizing.”

“Maar dat terzijde,” vulde Lief aan.

“Wat? O ja. Dat terzijde. Inderdaad. Wat ik dus allemaal hiermee wilde zeggen,” zei ik, “is dat ik met terugwerkende kracht eigenlijk helemaal geen herinneringen meer aan de verhuizingen heb – en al helemaal niet aan de verschrikkingen ervan.”

“Wat wil je nu eigenlijk zeggen?” vroeg Lief.

“Kunnen we alsjeblieft hier blijven wonen?” bracht ik uit. Lief nam me vast.

“Ik was niet van plan ergens anders heen te gaan,” zei hij, “zeker niet zonder jou.”

Standaard

Standaard

De warmste nestjes zijn degene die je niet kan zien. Emilia Cuchet-Albaret

Zij van twee hoog had alvast een boompje op de vensterbank gezet – zo’n gefiguurzaagde, met lampjes erin. Rode lampjes. Ik telde er vijf.

Wanneer ze thuis was, ging de stekker in het stopcontact. Maar dat wist de hulp blijkbaar niet.

Die kwam vroeg wanneer ze kwam, deed het licht aan, maakte koffie en nam een moment met de televisie.

Het kerstboompje bleef uit.

Even later, het busje stond al op haar te wachten, kwam zij van twee hoog zelf in de woonkamer. Nog voordat ze de televisie uitzette, deed ze de boom aan. Voor die paar minuten.

Ze deed het niet voor mij, natuurlijk – ze kende me waarschijnlijk geeneens. De lampjes waren slechts de standaard voor haar aanwezigheid. Maar gewoon het idee, dat het wel zo was, dat ze me groette en zei: Ik ben er nog, deed me glimlachen.

Toen ze naar het busje moest, was alles weer uit.

Standaard

Afgesloten

Heb uw naaste lief, maar doe je deur op slot. Benjamin Franklin

Met Alles wat je aandacht geeft groeit, vatte hij het algoritme van deze tijd bondig samen.

“Ik ben daarom gestopt met kijken en luisteren,” zei hij, “geen nieuws meer, geen sociale media.” Hij keek me verzadigd aan. “Heerlijk,” zei hij.

Het moet gezegd, de ontzegging had hem goed gedaan. Het hielp natuurlijk ook dat hij achteraf woonde en nauwelijks contact met de bewoonde wereld hoefde te hebben, bedacht ik – maar dat vond ik vals: iedereen kon zich afsluiten van de negativiteit om zich heen, erkende ik mezelf.

“Noem het vluchten of wegkijken,” zei hij, zonder van mijn interne meningsverschil weet te hebben, “ik noem het zelfbescherming.”

Hij had zeker een punt.

“Zeker in deze tijd van eindeloze en niets en niemand ontziende discussies over Sinterklaas en vuurwerk,” zei hij.

“Maar hoe weet je dat dan,” zei ik, “zonder enige media?”

Hij grijnsde.

“Het is november,” zei hij, “dat is traditie.”

Standaard

Plakker

Er zijn grenzen aan het geduld. Té lang wachten kan laf zijn. George Jackson

De juffrouw van de servicebalie wilde een stickertje plakken op de folieverpakking van het bosje bloemen.

“Wat doet u nu?” protesteerde de vrouw die ze had gekocht, “ik blief niet zo’n plakkertje.”

De juffrouw legde het bundeltje neer op de toonbank.

“Dat zal ik u vertellen, mevrouw,” begon ze wijdarms, overduidelijk van plan om dit misverstand definitief te verhelderen. “Er zijn heel veel mensen die zo’n bosje pakken en dan meenemen zonder te betalen. En om dat tegen te gaan plakken we een stickertje op de bosjes die wel zijn afgerekend. Zodat we dat goed in de gaten kunnen houden.”

De vrouw knikte en leek het te begrijpen.

“In dat geval,” zei ze, “kleeft u er maar iets op. Dat u niet denkt dat ik niet heb betaald.”

Glimlachend plakte de juffrouw het stickertje op het cellofaan.

En niemand ziet dat ik al die tijd sta te wachten, dacht ik.

Standaard

Wat een tijd

Wat je bent zie je niet,
wat je ziet is je schaduw.
Rabindranâth Tagore

Lenie bekeek het mondkapje dat ze uit haar handtas had gehaald.

“De witte kant moet binnen, toch?” vroeg ze, terwijl ze het ronddraaide aan de elastiekjes.

Ik zat tegenover haar, op veilige afstand, met net zo’n masker voor, dat nu overal verplicht was in het zorgcentrum waar ze woonde. Ook in de appartementen van de bewoners, had het bordje bij de ingang me gemaand.

“Niet kussen,” had Lenie gewaarschuwd toen ik binnenkwam, “dat mag niet meer.”

Met een beetje gedoe wist ze het ding om te doen. Ze werd er wat giechelig van.

“Wat een tijd,” hoofdschudde ze.

Na een paar tellen schoof ze het alweer terug op haar kin.

“Veels te benauwd,” vond ze.

“Gisteren was ik nog beneden en toen was ik het vergeten,” vertelde ze, “maar niemand die er wat van zei.”

Weer schoot ze in de lach.

“Zo kun je toch ook geen koffiedrinken?” zei ze.

Standaard

Afgewogen

Liever geschuwd om mijn waarheid dan gezocht om mijn schijn. Herman Teirlinck

Terwijl de zelfgebakken speculaasjes werden gewogen en ingepakt, drong de achtergrondmuziek zich aan me op.

Onduidbaar maar passend bij deze koekenbakker met veel glas, roze-marmeren vloertegels en een met messing stangen omzoomde toonbank.

“Dat is dan twee vijftig,” meldde het winkelmeisje. Ik liet mijn bankpas zien.

“Toch wel fijn om het nu eens niet over corona te hebben,” zei ik binst het pinnen, “op de een of andere manier komt het daar altijd weer op uit.”

Het meisje scheurde het bonnetje af. Ze beraadde zich blijkbaar over haar reactie.

“Dat dacht ik nu eigenlijk ook, zonet,” zei ze dan. Ze bood me het betaalbewijs in haar handen aan, dat ze wegfrommelde nadat ik ervoor bedankte.

“Jammer dus dat u er toch nog over begon,” zei ze.

Ze schoof de verpakking met een opgezette en weeïge glimlach naar me toe. Dat beschrijft de muziek, dacht ik.

“Uw speculaasjes, meneer,” zei ze.

Standaard

Kronkel

Eigenlijk kijken oude mensen liever uit op een straat waarin wat gebeurt, dan op groen, dat hun een rust geeft die ze niet nodig hebben. Simon Carmiggelt

Ik was op het bankje gaan zitten tegenover het beeld van de schrijver en zijn vrouw als onderdeel van een persoonlijke kruisweg met slechts één statie.

In het bovenste apartement in het complex dat zich achter hen bevond opende een balkondeur, die meteen weer op een kier werd gedaan. De vrouw, die ik in de snelte had gezien, bespiedde me, die eigenaardige man op dat bankje.

Als ze bemerkte dat ik haar in de gaten had, sloot ze de deur schielijk en verhuisde naar de slaapkamer. Daar schoof ze de vitrage opzij om vanuit een ander standpunt een glimp van mij op te vangen. Maar ook dit bleef niet onopgemerkt, waardoor ze fluks het gordijn weer toedeed.

“Had ze nou nog maar iets gezegd,” zei ik tegen het beeld, “liefst in plat Amsterdams, dan had je er misschien nog iets moois van kunnen maken.”

Het leek warempel of het glimlachte.

Standaard

Aftocht

De werkelijke betekenis van alle dingen wordt pas zichtbaar als ze afgedankt zijn. E.L. Doctorow

“Het zat er natuurlijk wel aan te komen.”

Het was een verzuchting waar tegelijk berusting en teleurstelling in doorklonken – ongeloof zelfs. Dat hem dat nu moest gebeuren.

“Ik had me er al op voorbereid dat het de laatste keer zou zijn,” zei de man, “tenslotte is er ook voor een Sinterklaas de pensioengerechtigde leeftijd,” – hij zei het zonder enige spot – “en na dit jaar zou het voor mij afgelopen zijn. Dus had ik me voorgenomen het nog één keertje heel bijzonder te maken. Ik wist alleen nog niet precies hoe…”

Hij stokte. Dan hernam hij zich.

“Maar afijn, daar hoef ik me ook niet meer druk over te maken. Die hele intocht gaat niet meer door.”

Zijn ogen dwaalden af.

“Geen paard, geen pieten, geen pepernoten.”

Hij keek op. Ik zag een kleine flonkering.

“Misschien dat ik het volgend jaar toch nog mag doen,” zei hij, “voor de allerlaatste keer.”

Standaard